Vandaag zijn we naar de boekenmarkt geweest hier in het expocentrum. Ik zag er tussen de ‘laatste exemplaren’ het boek liggen van Michel Van Eeten, ‘Tegennatuur’. Het ligt al in de uitverkoop en is nauwelijks een jaar op de markt. Ik heb me ook het boekje ‘Literair Overleven’ gekocht van Dirk van Weelden, over hoe de literaire wereld er in ons taalgebied vandaag de dag uitziet, op commercieel gebied dan. Voor de rest heb ik voor 99 cent ‘Onrust in Moskou’ op de kop getikt van Gerard De Villiers, een flutromannetje in de oneindige SAS-reeks. Dat kon ik niet laten liggen, zeker niet omdat al op de eerste pagina’s KGB-ers in een Japans restaurant lauwe vodka drinken. Die De Villiers is echt van alle markten thuis. Ik had het zelf niet beter kunnen bedenken.
En hier is de hele zwik, goed voor een equivalent van 166 Twitterboodschappen:
De hele zwik
Door Klaus Gena
‘Was me dat een hartelijke ontvangst,’ zei geoloog Joost De Bruyckere, toen hij zijn paspoort terug in zijn buiktasje opborg. Hij was net aangekomen in Moskou en stond te wachten tot zijn koffer van de band rolde in luchthaven Sjeremetjevo 2. Hij had zijn vrouw Hannah aan de telefoon om te zeggen dat hij goed was aangekomen. ‘Ik heb het nog nooit zo in mijn broek gedaan tijdens een paspoortcontrole. Die agent keek me aan alsof ik vijf condooms met cocaïne had ingeslikt’, zei Joost. Hij bestudeerde het plafond, dat beplakt was met door de jaren heen gedeukte koperen cirkels. ‘Net gerecycleerde conserven,’ dacht hij. ‘… Deze zomer met jou en de kinderen in Tunesië vond ik al randje boordje met die corruptie en dat onsmakelijke eten, maar dat was Afrika, verdorie. Rusland, dat is toch Europa?
Na lange radiostilte, hierna weer het begin van een nieuw verhaaltje. Om mezelf op gang te zwengelen, heb ik besloten een verhaaltje van Tsjechov over te schrijven, ‘Peresolil’ heet het, en het komt uit de bloemlezing ‘Humoristische Verhalen’, een Russische uitgave uit de jaren tachtig. Hierna volgt de eerste paragraaf. De rest zou logischerwijs moeten volgen:
Overdreven
Door Klaus Gena
‘Was me dat een hartelijke ontvangst,’ zei Joost Dekkers, toen hij zijn paspoort terug in zijn buiktasje opborg. Hij was net aangekomen in Moskou en stond te wachten tot zijn koffer van de band rolde in luchthaven Sjeremetjevo 2. Hij had zijn vrouw Hannah aan de telefoon om te zeggen dat hij goed was aangekomen. ‘Ik heb het nog nooit zo in mijn broek gedaan tijdens een grenscontrole. Die agent keek me aan alsof ik vijf condooms met cocaïne had ingeslikt …’ zei Joost.
Biroeljovo
Door Klaus Gena
Niemand in heel de wereld die weet hoe zakkig het is om te wonen in Biroeljovo, dacht Sergej en keek uit het mistroostige raam, bespikkeld met verse regendruppels, naar de blinkende natte straten beneden. Het was net opgehouden met schemeren en een wind vol regen kletterde tegen het raam en deed de spullen op het balkon rammelen.
Sergej liet zijn voorhoofd rusten tegen het venster. Anderhalf uur rijden van het centrum. Geen metro. Enkel blokken. Blokken en nog meer blokken. Legoland. ‘Blokken vol crapuul, kakkerlakken en ratten,’ had zijn vader steeds gezegd. De lafaard.
Hier en daar waren auto’s aan het parkeren. Sergejs raam keek uit op de enorme atriumvormige koer, dertien verdiepingen lager, waar auto’s geparkeerd stonden rond een aftands speeltuintje, met een roestige schommel en een zandbak waar de katten in kwamen schijten. De koer was aan vier kanten ingesloten door zestien verdiepingen hoge appartementsblokken uit vaalgrijze betonnen panelen. In de appartementen brandde ondertussen licht: het was een zaterdagavond en de mensen zaten achter de televisie te kijken naar één of andere domme show, ze zaten te eten en te drinken of lagen in bad.
Wat verhalen schrijven betreft, draai ik rond in cirkels. Eén avond besluit ik een verhaal te herschrijven. Ik bedenk een nieuw begin, terwijl ik eigenlijk een nieuw einde moet bedenken. Het begin staat me aan, maar nu past de rest er weer niet bij. Ik schrijf dus gewoon verder, het nieuwe begin achterna. Na vijf bladzijden merk ik echter dat die laatste scène chronologisch in het begin thuishoort. Ik verplaats die dus naar het begin. Maar er is niet echt aansluiting bij het oude begin, de overgang is te bruusk. Ik moet dus een tussenstuk schrijven. Maar het tussenstuk verandert heel mijn idee over wat ik van de personages dacht en ik herschrijf het begin om het te doen overeenkomen met het tussenstuk. Maar nu heeft de rest van het verhaal weer niks te maken met het begin.
Ik voel me als een hond die zijn eigen staart achterna loopt.
Lexus
Door Klaus Gena
De Lexus palmde een kwart van de binnenkoer in. Hij stond te glimmen tussen de versleten en gedeukte Lada’s en Volga’s. De zijschorten van de wagen waren versierd met een school dolfijnen, die sierlijk uit het water sprongen.
‘Heb je dat speciaal voor mij laten schilderen?’ vroeg Irina.
‘Nee, niet helemaal,’ zei Andrej. ‘Kom, ik toon je de binnenkant.’ Hij floepte het slot open met de afstandsbediening en opende de passagiersdeur.
Ze maakten een ritje door de stad, langs Igors lievelingstraject. Eerst via de Ligovskij prospekt aan het Moskoustation de wijde Nevskij prospekt op, voorbij de barokke paleizen en de brede, dichtbevolkte trottoirs; dan aan het Winterpaleis de brug over en verder langs de oevers van de Neva, die in deze tijd van het jaar groen schitterde onder het zonlicht en de lage hemel.

Het is hier stil de laatste tijd omdat ik momenteel een professionele identiteit op het internet aan het ontwikkelen ben. Een site waarop ik mijn diensten als vertaler aanbied, dus.
Het moeilijkste was de keuze van de domeinnaam. Nicolasseveryns.be was misschien een betere keuze geweest, maar het is abcdefg.be geworden. En dit omwille van het volgende: abc.be, abcd.be, abcde.be en abcdef.be waren bezet.
‘Ik koop je een witte Lada,’ zei Andrej, ‘omdat je dan zodanig beschaamd zal zijn dat je er eigenlijk van af wil. Maar anderzijds zal je al geproefd hebben van wat het is om achter een stuur te zitten en jezelf te verheffen boven de voetgangers, en wil je voor geen geld nog terug naar het pariastatus van een voetganger. Je zal jezelf dus verplicht voelen om enerzijds van die Lada af te raken, maar anderzijds wil je niet meer te voet door die plassen en in die regen, wil je je niet meer proppen in een oncomfortabel busje met ontoerekeningsvatbare chauffeurs, of je vrienden om een rit bedelen. Je kan dus maar één weg uit: er zo snel mogelijk voor zorgen dat je een betere wagen koopt en die witte Lada doorverpatsen aan een volgende idioot. Wat vind je daarvan?’
‘Ik ben uit Biroeljovo, mijn naam is Sergej en ik sta nooit in de rij’, rapte Sergej toen hij terug in de wagon zat van de metro die als een suppo door het darmkanaal van de metrotunnel schoot. Hij stuurde zijn vriend Slava een sms-je: ‘Aan de metro binnen 20 minuten.’
Slava reed met een gele Volvo S-70 met verlaagde wielbasis, laagprofielbanden en een olifantiasis-spoiler op de kofferbak die de dode hoek met 180 graden vergrootte. De zijschorten waren gedecoreerd met zwarte gestileerde vlammen in Keltische stijl, waarvan de staarten uitliepen op de portieren. De vensters waren vanzelfsprekend zwart getint.
In het kader van mijn herintegratie in de Belgische samenleving – een lastig verlopend proces – ben ik alfabetisch alle Nederlandstalige schrijvers beginnen lezen. Ik heb net “Een tuin in de zee” van Kader Abdollah uit en ging eergisteren naar de bibliotheek om het volgende boek te halen. Spijtiggenoeg bleek Abdollah niet de eerste te zijn in het alfabet. Bertus Aafjes was uitgeleend.
Maar eigenlijk wilde ik zeggen dat ik nog in december een stuk had vertaald uit het boek ‘Ik ben een Tsjetsjeen’, van de Russische (Tsjetsjeense) schrijver Herman Sadoelajev. Ik vond dat een goed boek en hoopte dat een uitgever er interesse voor zou tonen. Spijtiggenoeg was dat niet het geval.
Herman Sadoelajev heeft me toestemming gegeven om mijn vertaling van enkele uittreksels te publiceren. Hier kan je het downloaden. Laat me iets weten als je het interessant vindt.

