Topografisch

Buxussen in Kortrijk

We maken af en toe een wandeling, mijn vrouw en ik. Die loopt dan van de Burgemeester Vercruysselaan over de verzorgde dolomieten paadjes van het Koning Albertpark naar de rivier. In Kortrijk is dat de Leie. Dan langs het geasfalteerde jaagpad, waar het ook leuk fietsen is, in de richting van de viaduct over de Kortrijkse ring. Vandaag vielen de vele verse bloempjes me op en ik stopte elke tien meter om er naar te kijken, aan te ruiken, er te plukken, stuk te wrijven tussen mijn vingers, nog eens aan te rieken en te gissen naar hoe die dingen nu eigenlijk weer heetten. De meest exotische benaming die ik ken voor een bloem is ‘herderstasje’, kennis die dateert uit het vijfdje leerjaar van de gemeentelijke jongensschool te Waasmunster, toen we met de leraar langs de grachten wandelden tijdens de les wereldoriĆ«ntatie om kikkerdril in een potje te doen en toen er nog salamanders bestonden.
Wanneer we de viaduct in zicht krijgen keren we terug. Hiervoor draaien we de villawijk in, want de Kortrijkse Leieboorden zijn volgebouwd met villa’s. De verzorgde voortuintjes van de villa’s wekken steeds mijn aandacht (zie foto). Het heeft iets maniakaals. Ik trok een foto van een slagorde baksteenvormig gesnoeide buxussen (of iets anders), voor het nageslacht. Elk tuintje lijkt wel een klein Versailles, of een botanische tuin. De bomen zijn allemaal geknot – vroeger dacht ik dat dat enkel met wilgen werd gedaan – en elke struik heeft een geometrische vorm meegekregen. Het lijkt wel of iedereen in die wijk elkaar de loef af probeert te steken. Voor zover er mensen wonen, want op onze tocht doorheen de wijk zijn we er nauwelijks twee tegengekomen. In dergelijke wijken zijn wandelaars eigenlijk pottenkijkers. De bewoners verplaatsen zich daar enkel in wagens. Wij waren natuurlijk ook pottenkijkers. Tijdens onze vorige wandeling was ons bij het verlaten van de wijk een groot stuk hout opgevallen dat in de voortuin stond van een oude villa. Een plak boomstam van anderhalve meter diameter die op zijn zijkant staat, een soort karrewiel. Mijn vrouw stelde voor om ‘s avonds terug te keren, er benzine over te gieten en het in brand te steken. Bij het terugkeren zijn we langsgeweest bij de GB achter kattenvoer en ik heb meteen ook – na twee jaar zo goed als dagelijks naar de GB te gaan – een klantenkaart aangevraagd.

→ Andere postjes, mogelijk van interesse: Over hoe de Russen bananen eten, Kantoorplankton, Waarom, Stemmen, Roestgaten, ...

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*