Na lange radiostilte, hierna weer het begin van een nieuw verhaaltje. Om mezelf op gang te zwengelen, heb ik besloten een verhaaltje van Tsjechov over te schrijven, ‘Peresolil’ heet het, en het komt uit de bloemlezing ‘Humoristische Verhalen’, een Russische uitgave uit de jaren tachtig. Hierna volgt de eerste paragraaf. De rest zou logischerwijs moeten volgen:
‘Was me dat een hartelijke ontvangst,’ zei Joost Dekkers, toen hij zijn paspoort terug in zijn buiktasje opborg. Hij was net aangekomen in Moskou en stond te wachten tot zijn koffer van de band rolde in luchthaven Sjeremetjevo 2. Hij had zijn vrouw Hannah aan de telefoon om te zeggen dat hij goed was aangekomen. ‘Ik heb het nog nooit zo in mijn broek gedaan tijdens een grenscontrole. Die agent keek me aan alsof ik vijf condooms met cocaïne had ingeslikt …’ zei Joost.
Hij bestudeerde het plafond, dat beplakt was met door de jaren heen gedeukte koperen cirkels. ‘net gerecycleerde conserven,’ dacht hij. ‘… Deze zomer met jou en de kinderen in Tunesië vond ik al randje boordje met die corruptie en dat onsmakelijke eten, maar dat was Afrika, verdorie. Rusland, dat is toch Europa? Althans voor de helft … Je zou die luchthaven eens moeten zien. Ik lijk wel in een teletijdmachine beland!’ Zijn koffer, een rode Samsonite die hij geleend had van zijn schoonmoeder en volgeplakt met stickers van touroperators en cruiserederijen, kwam zijn kant op gerold. Hij pakte hem beet met één hand en zette hem op zijn wieltjes, terwijl hij verder praatte met zijn vrouw. ‘Ja, ze zijn geen lid van de Europese Unie, dat is waar …’ Hij rolde de koffer richting douane, ongemakkelijk stappend op zijn nieuwe wandelschoenen. ‘… maar dankzij die kerels heb ik toch mooi een carport kunnen bouwen … en we kunnen eindelijk eens van die oude salonmeubelen af …’ De douanier maakte vermoeid een teken dat er een papiertje mankeerde. ‘… nog even op de tanden bijten, juist … schat, ik moet je laten, de douane maakt problemen … tot binnen een weekje! Kusje.’ Joost stak zijn gsm in één van de steekzakken van de broek die hij had gekocht in een campeerwinkel en krabde aan zijn achterwerk. ‘Dat jeukt als de hel, dat thermische ondergoed,’ dacht hij. ‘Hoe die Russen dat kunnen dragen, ik zou het bij god niet weten.’ Hij keerde terug van waar hij gekomen was en begon een formuliertje in te vullen. ‘Het doel van mijn reis? Wat moet ik hier invullen?’ vroeg hij zich af.
4 Reacties
goed dat u weer aangezwengeld bent
Laat me wel toe om de eerste kilometers te sputteren. Nu is het hopen dat ik niet weer halverwege stilval.
Ah! De vreugde om weer iets te lezen dat meer dan 140 karakters lang is!
Ja, dat twittergedoe is inderdaad maar slappe kak in vergelijking met onbeperkte grafomanische vrijheden van een weblog!