Gisteren liep ik met mijn dochtertje van negen jaar door onze straat. We waren net terug van de boekenwinkel, waar ik haar een schriftje had gekocht. Mijn dochter houdt van schriftjes. Ze heeft er zeker honderd. In de meeste van die schriftjes heeft ze maar één blad gevuld. Telkens ze een idee heeft, wil ze een nieuw schriftje. Ze begint dan een boek te schrijven, of een dagboek bij te houden, of een stickeralbum te maken en een dag later is ze dat beu. En dan wil ze een nieuw schriftje. Een beetje zoals haar vader.
We waren dus op de terugweg van de winkel en hadden het over de aanstaande verjaardag van mijn zoon en haar broer. Mijn dochter zei dat ze hem een mooie tekening had gemaakt en een boekje voor hem had geschreven, maar ze dacht dat hij daar niet blij mee zou zijn. Hij hield niet van haar zelfgemaakte cadeaus.
Ik zei dat zelfgemaakte cadeaus veel beter zijn dan al die prullen die je in de winkel kunt kopen en dat het juist goed is dat ze dat allemaal doet. Haar broer die maakt dat nooit, zei ik. Die moet je steeds geld geven om een cadeautje te kopen.
‘Hij is misschien al te oud om nog zelf cadeautjes te kopen’, zei mijn dochter.
‘Neen,’ zei ik, ‘hij heeft gewoon geen fantasie. Of misschien is hij bang om zijn fantasie de vrije loop te geven,’ verbeterde ik mezelf.
‘Zijn fantasie is misschien te sexueel,’ zei mijn dochter.
Ik verschoot eerst, maar toen schoot me te binnen dat ze net Het geheime dagboek van Adrian Mole aan het lezen was. Vandaar de woordenschat.
‘Ja, sexuele fantasieën heeft hij met hopen,’ antwoordde ik.
Reageer