Op aanraden van mijn collega A. heb ik mijn laatste verhaaltje helemaal herschreven vanuit een ander perspectief. A. zei dat Verstuijven het drama doormaakte en dat de anderen er enkele over klapten. Hij zei ook dat ik moest werken. Dat hij een kunstenaar kende die een klink begon af te tekenen, of naar de kelder ging om zijn electriciteitsteller af te tekenen. Om zich te oefenen. Dat het was zoals karate — een sport die A. al jaren beoefent en waar hij veel in heeft bereikt — dat talent niet genoeg is, dat er veel moet worden geoefend. Hij vergeleek het ook met een Japanner die hij kende en die hiërogliefen tekende op rijstpapier, in één beweging, en het papier weggooide telkens dat mislukte.
Ik zei tegen A. dat ik dat ook wilde kunnen, een verhaal schrijven in één adem. Dat dat mijn streefdoel is.
Ik heb dit doel echter nog verre van bereikt. Hierna dus een tweede poging.
Meneer Verstuijven, Chef van het Departement Aankopen op het bestuur Vuilnisverwerking, was in zijn nopjes. Hij was uitgenodigd op het galabal voor de vijftigste verjaardag van Axel Vermeken, de bijna rijkste man van de stad B.
Over deze uitnodiging had hij vernomen via één van zijn kennissen, wiens dochter telefoons opnam op het centrale kantoor van Vermeken Industries. Zij had de lijst met invités moeten kopiëren, en op de lijst stond zwart op wit: Patrick Verstuijven. Hij dus. Hij had het natuurlijk niet met eigen ogen gezien, maar de informatie kwam uit goede bron.
Hoe hij op de lijst was beland, was hem een mysterie. Normaal deden de mensen een stap achteruit wanneer hij meedeelde dat hij in de vuilnisverwerking zat. Maar feiten zijn feiten, maar hij besloot hier niet veel gedachten aan vuil te maken.
Het galabal zou plaatsvinden op vrijdag, en nu was het woensdag. De uitnodiging zou per koerier gebracht worden. Dat had hij ook gehoord van zijn kennis, die op het einde van het gesprek had geopperd dat hij wel een flesje Ierse whiskey op prijs zou stellen in ruil voor deze informatie.
Naar die whiskey kan hij fluiten, dacht Verstuijven.
In de krant had hij gelezen wie Vermeken allemaal had uitgenodigd op het galabal. Naast allerlei gewezen, huidige en toekomstige ministers, leden van het koningshuis en buitenlandse Ambassadeurs, had Vermeken ook Jimmy Carter en Margaret Thatcher uitgenodigd. Verstuijven stelde zich voor hoe hij de hand schudde van Margaret Thatcher en zei: ‘How do you do?’
Hij keek binnen bij zijn secretaresse. ‘Betty, ik ben uitgenodigd bij Axel Vermeken,’ zei hij tegen haar. die op dat moment enveloppes met kerstkaartjes aan het toeplakken was, ‘op het feest voor zijn vijftigste verjaardag.’
‘Axel Vermeken?’ zei Betty verwonderd, ‘de Axel Vermeken van op teevee?’
Meneer Verstuijven genoot van de blik van zijn secretaresse, die hij altijd al een stuk te familiair vond maar die nu het nodige respect en de nodige hoogachting uitdrukte.
‘Jazeker,’ zei meneer Verstuijven. ‘Bestel mij maar al een smoking.’
Betty keek naar hem met grote ogen; Verstuijven bedacht dat ze nog nooit een smoking besteld had en in godsnaam niet wist hoe of waar dat gedaan werd.
Meneer Verstuijven verliet het kantoor van zijn secretaresse en ging de gang op. Hij voelde zich een ander mens sinds dat telefoontje van zijn kennis.
‘Betty, en bel eens naar de Macro om te vragen hoeveel de whiskey daar kost!’
Hij liep door de gang als een overwinnaar die zijn intrede maakt in een stad die hij maandenlang belegerd heeft. Napoleon op een witte schimmel. Hij klopte aan bij het kantoor van Guido Stampers, zijn medewerker, een jong ambitieus kereltje dat al een tijdje op promotie zat te azen en vond dat hij er verouderde managementtechnieken op nahield.
‘Weer aan het surfen op het internet?’ vroeg hij aan Guido, die achter zijn computer zat, zijn persoonlijke mail op zijn hotmail adres te controleren. Zoveel wist Verstuijven ook van de moderne techniek. Een hotmail-adres, dat had hij zelf ook. Zijn dochter had het voor hem aangemaakt. Hij had er twee keer naar gesurft, maar er zat enkel een brief in van een onbekende Nigeriaan die met zijn geld wilde gaan lopen.
Maar Guido Stampers was niet de man die zich gemakkelijk uit zijn lood liet brengen.
‘Ik heb net ons jaarrapport herlezen. Ik vind toch dat er een paar dingen in moeten worden aangepast, vooral in de paragraaf over de strontverwerking.’
‘De boom in met dat jaarrapport. Ik ben uitgenodigd bij Axel Vermeken.’
Guido sprong recht op zijn stoel van verbazing.
‘U bent uitgenodigd op het galabal van Axel Vermeken?’ vroeg Guido, alsof hij zijn oren niet kon geloven.
Verstuijven knikte voldaan van ja, met zijn armen gekruist voor de borst. Hij bestudeerde de veranderingen die zich voordeden in Guido, die ineens druk zijn bureau begon op te ruimen en internet uitzette, zijn hemd in zijn broek stak en zijn stropdas aansnoerde. Guido stapte van achter zijn bureau op Verstuijven af en stak zijn hand uit. Verstuijven nam ze vast.
‘Mijn oprechte felicitaties, meneer Verstuijven,’ zei Guido en schudde enthousiast Verstuijvens hand, ‘eindelijk een beloning voor al die jaren hard werk.’
‘Ja, Stampers, het is met werken dat je ver geraakt. Een Amerikaans diploma dat is één ding, maar ervaring, mijn vriend, dat is wat telt in het leven.’
Guido knikte gehoorzaam en herhaalde nog eens dat hij blij was dat meneer Verstuijven een dergelijke eer werd bewezen.
Verstuijven verliet Guido’s kantoor en liep voorbij dat van K., Guido’s secretaris. K. zat in zijn neus te peuteren en uit het venster te kijken.
‘K., zoek me de biografie van Axel Vermekens eens op,’ zei Verstuijven.
K. keek op uit zijn dromerijen en tikte gauw wat op zijn computer. Een minuut later verscheen de biografie uit zijn printer en K. begon het ongeïnteresseerd voor te lezen.
‘Axel Vermekens, geboren op 7 augustus 1958. Geschat vermogen: 33 miljoen euro…’
‘Weet ge dat ik morgen ben uitgenodigd op het feest voor zijn vijftigste verjaardag?’ vroeg Verstuijven.
K. zei droogjes: ‘Ja, Betty is het me al komen vertellen deze morgen.’ K. wendde zich af van Verstuijven en begon weer uit het venster te kijken en verder in zijn neus te peuteren.
Verstuijven gromde nors en zei: ‘Als je een uitnodiging voor mij ziet binnenkomen, geef me dan een seintje’, en verliet K.’s kantoor.
Hij ging zitten in zijn kantoor maar kon zich niet concentreren op het werk. De letters op de papieren op zijn bureau leken als vogeltjes alle richtingen uit te vliegen en hij kon ze niet bijhouden. Op zijn stoel zat het niet zo comfortabel als gewonlijk en hij stond elke vijf minuten recht om de zitting nu eens hoger, dan weer lager in te stellen. Ongeduldig tokkelde hij op zijn schrijftafel en vaker dan gewoonlijk hief hij zijn hemdmouw op om naar zijn horloge te kijken. Af en toe keek hij het raam uit om te zien of de koerier nog niet op weg was.
Toen de middagpauze begon was er nog steeds geen teken van een uitnodiging.
‘De beste koks zijn Belgische koks,’ had Vermeken gezegd in een interview dat onlangs verschenen was in het weekblad dat Verstuijven bij de tandarts vorige week had doorbladerd. Verstuijven wist toen nog niet dat hij was uitgenodigd en had met water in de mond de beschrijveingen van de gerchten gelzend waarmee Vermeken zijn gasten op het galabal wilde verrassen. Deze gedachte herinnerde Verstuijven eraan dat hij best wel een hapje wilde eten.
Verstuijven ging naar buiten om te lunchen in zijn favoriete restaurant op de Vismarkt, met het voornemen om zich eens goed te verwennen — hij had het verdiend — maar het eten smaakte hem niet. De tongfilé was smakeloos en het karafje witte wijn dat hij er bij had besteld was zuur als azijn. Bovendien ded de kelner er tergend traag over met zijn bestelling en moest Verstuijven zicht te erg haasten, want hij wou op tijd op het werk zijn.
Toen hij terugkeerde, was Betty nog niet terug. Enkel K. zat, zoals gewoonlijk, op zijn kantoor.
‘En, is de uitnodiging er al?’ vroeg Verstuijven.
‘He?’ vroeg K.
‘De uitnodiging, is die er al?’ herhaalde Verstuijven. K. kauwde op een boterham met hesp en tikte op zijn horloge met zijn wijsvinger.
‘De middagpauze is nog niet voorbij’, zei hij.
Verstuijven retireerde ontdaan naar zijn kantoor, waar hij om de tijd te doden een lange klachtbrief over het gedrag van K. opstelde aan Guido. Verstuijven zei erin dat het hoog tijd was dat Guido zijn personeel onder handen nam en slechte manieren afleerde, zoals het eten van boterhammen op de werkplaats.
Verstuijven zat te dromen toen Guido Stampers hem kwam lastig vallen in zijn kabinet.
‘Ik denk toch dat het niet verstandig om het jaarrapport op de lange baan te schuiven. De voorzietter heeft ons al drie keer gevraagd waar het blijft en gezegd da het ten laatste tegen morgen op zijn bureau moet liggen.’
‘De voorzitter, de voorzitter,’ knorde Verstuijven, ‘is de voorzitter uitgenodigd bij Axel Vermeken?’
‘Voor zover ik weet niet,’ zei Guido, ‘en het zou me vreemd lijken mocht dat het geval zijn.’
‘Wel, als hij hier nog eens over begint te zagen, dan zal ik eens een boekje over hem open doen bij de minister. Want dat die er bij zal zijn vrijdag, daar twijfel ik niet aan.’
‘De minister? Ja, ik heb gelezen dat heel de regering is uitgenodigd,’ beaamde Guido. ‘Dus laten we voorlopig het jaarrapport voor wat het is?’
‘Natuurlijk, Guido! Als ik daar nu aan begin, dan mag k de vrijdag wel vergeten. Dan zit ik hier heel het weekend te schrijven. Als het dan tegen maandag af is, dan mag ik blij zijn. Neen, de voorzitter moet zijn rapport niet verwachten voor einde volgende week.’
Toen Betty eindelijk terug was, zei hij haar te bellen naar Vermekens’ secretariaat om te vragen waar de uitnodiging bleef.
In het artikel had gestaan dat Vermekens zijn galabal organiseerde in het kasteel van Hagendonk, een middeleeuwse burcht met een gracht rond, waar voor de gelegenheid gondeliers in zouden varen, speciaal overgebracht uit Venetië. In het park rond het kasteel zouden vijfhonderd fazanten en patrijzen worden losgelaten, voor de jacht die de ochtend na het galabal zou plaatsvinden voor een uitgelezen groepje intieme vrienden van Vermeken. Een groep Chinese pyrotechnici was al twee weken op het territorium van het park een feeëriek en nog nooit gezien vuurwerk in elkaar aan het knutselen, dat niet — zoals gewoonlijk — zou afgaan om twaalf uur ’s nachts, maar de hele nacht zou afgaan, stapsgewijs en zichDe telefoon rinkelde. Het was Betty. Ze zei dat ze meneer de voorzitter aan de lijn had.
‘Verstuijven aan de lijn.’
‘…’
‘Tegen morgen krijgen we dat onmogelijk af.’
‘…’
‘Tegen maandag ook niet. Ik heb vrijdag een belangrijke afspraak.’
‘…’
‘Wat er zo belangrijk kan zijn in mijn leven? Ik ben uitgenodigd op het galabal van Axel Vermeken!’
‘…’
‘Ja, volgende vrijdag lijkt me inderdaad haalbaarder.’
Verstuijven gooide de telefoon op de haak. ‘De onbeleefderik!’ riep hij uit, ‘denkt dat hij belangrijk is!’
Even later kwam Betty binnen. Ze was er eindelijk in geslaagd het secretariaat van Vermekens aan de lijn te krijgen.
‘Ze hebben zich vergist,’ zei Betty, ‘het is een andere Patrick Verstuijven die ze hebben uitgenodigd, met een Y.’
‘Met een Y?’ vroeg Verstuijven.
‘Ja, met een Y. Patrick Verstuyven, woordvoerder van schepen Donkmans.’
‘Bel naar de voorzitter en zeg dat het jaarrapport maandag op zijn bureau zal liggen en dat ik me verontschuldig voor het oponthoud.’