Galabal

Hierna weer een min of meer halfslachtig en halfafgewerkt verhaal. Ik heb me voorgenomen om vaker te schrijven en om iets als ‘af’ te beschouwen ben ik genoopt om het op deze site te zetten.

Meneer Verstuijven was zeer zenuwachtig de laatste dagen. Hij liep de hele tijd binnen bij Guido en voerde luide gesprekken en er werd veel gelachen. Op een keer kwam hij zelf bij mij binnen, leunde hij nonchalant tegen één van mijn archiefkasten, en vroeg:

‘K., kan jij niet even op internet de biografie opzoeken van Axel Vermekens?’ Twee minuten later rolde de biografie van Axel Vermekens uit mijn printer en ik las ze voor: ‘Axel Vermekens, geboren op 7 augustus 1958. Geschat vermogen: 33 miljoen euro . . . ‘

Meneer Verstuijven floot. Ik keek op van het blad. Het was de eerste keer dat ik hem hoorde fluiten en dat hij zoveel uiting gaf aan zijn gevoelens. Normaal was meneer Verstuijven één en al zelfbeheersing en discipline.

‘. . . getrouwd met Mallory Vanderbeke, Miss Hageland 1986. Vader van een zoon: Axel.’

‘Weet ge dat ik morgen ben uitgenodigd op het feest voor zijn vijftigste verjaardag, K.?’ vroeg meneer Verstuijven.

‘Ja,’ antwoordde ik, ‘Betty is het me al komen vertellen deze morgen.’

Hij gromde nors. ‘Als je een uitnodiging voor mij ziet binnenkomen, geef me dan een seintje.’ Hij en verliet mijn kantoor om wat bij Guido rond te lummelen. Meneer Verstuijven was vandaag zichzelf niet. Normaal zat hij de hele dag opgesloten in zijn kantoor en kwam hij alleen naar buiten om te gaan lunchen. Alle contact met zijn collega’s passeerde via Betty, zijn secretaresse.

Ik had het hierover met Rita toen ik om half elf mijn tas thee ging drinken in haar kantoor. Rita vond ook dat meneer Verstuijven een crisis doormaakte. Hij had deze morgen in haar kantoor gestaan met dezelfde mededeling en de impliciete afwachting van een geëxalteerde reactie. Hij had zelf gezegd dat hij voor de gelegenheid een smoking had gehuurd. Maar ook Rita had koel gereageerd. Ze had gezegd dat ze die Vermekens maar een louche personage vond, waarop meneer Verstuijven haar kantoor had verlaten.

‘Misschien staat Verstuijven voor een dilemma?’ opperde Rita en stak een sigaret op. Ik dompelde het theezakje nog eens onder in mijn thee in knikte instemmend.

‘Kan best,’ zei ik, ‘misschien verkeert hij in twijfels of hij wel zou ingaan op deze uitnodiging. Het is immers duidelijk dat Vermekens louter toevallig op de lijst met genodigden is beland. Waarschijnlijk hebben de 100 personen voor hem op de reservelijst moeten afzeggen omwille van een collectieve voedselvergiftiging. Ik zie geen enkele andere verklaring. Verstuijven wordt in de positie van een proletarier geplaatst die een pluim in zijn gat krijgt gestoken. Vandaar dat hij zich plots met ons gaat identificeren en onze goedkeuring nodig heeft.’

‘De overste die zich identificeert met zijn ondergeschikten. Mooi’, zei Rita.

‘Ja, een interessante theorie,’ zei ik en slurpte van mijn thee, ‘zoiets als het Stockholm-syndroom. Ken je dat?’

‘Ja, dat gegijzelden medelijden krijgen met hun gijzelaars. Dat is eigenlijk meer jouw situatie,’ zei Rita, ‘een correcte omschrijving van jouw verhouding met Guido.’

‘Jij bent het wel die zijn broeken inkort, niet ik.’

‘Niet meer,’ antwoordde Rita, ‘ik heb hem gezegd dat ik dat niet meer zou doen.’

‘Waaruit maak jij eigenlijk op dat ik medelijden zou hebben met Guido? Jij hebt mooi praten. Jij zit hier de hele dag alleen in je kamertje en niemand valt je lastig, terwijl mijn bureau uitkijkt op dat van Guido en op de gang waar nu eens Betty en dan weer Verstuijven passeren.’

Guido kwam Rita’s kantoor binnen. Zomaar, zonder kloppen.

Ik keek op van mijn tas thee, Rita begon te hoesten. De rook van haar sigaret was in het verkeerde keelgat geschoten.

‘Vakbondsvergadering?’ vroeg hij.

‘Neen hoor, we waren enkel de plotse gedragsverandering van meneer Verstuijven aan het bespreken. Vindt u ook niet dat hij zich vreemd gedraagt de laatste dagen?’

‘Dat zal wel,’ zei Guido, ‘een mens wordt niet elke dag uitgenodigd door Axel Vermekens. Dit is een erkenning van zijn harde werk. Een kans om te tafelen met de groten der aarde. Weet je wie Axel Vermekens allemaal heeft uitgenodigd? Margaret Thatcher, Michaïl Gorbatsjov en Mireille Matthieu.’

‘Mireille Matthieu?’ riepen Rita en ik tegelijkertijd uit.

‘Ja, dat vond ik ook een vreemde keuze,’ zei Guido.

‘Hij heeft nog geen uitnodiging ontvangen. Hij vroeg me een seintje te geven wanneer ik er één zag’, zei ik.

‘Dat heeft hij tegen mij ook gezegd’, zei Rita.

‘En tegen mij’, zei Guido.

Na de middagpauze begon meneer Verstuijven zenuwachtig te worden.

Hij kwam mijn kantoor binnen, keek rond, stond aan de deur van de ingang van ons gebouw te kijken of die wel open was, keek uit het venster de straat op en zei dat het een koerierdienst was die de uitnodigingen zou brengen. Daarna begon hij op mij te roepen. Dat ik ons werk slecht deed, dat ik een sukkel was, dat hij het moest doen met slecht personeel, enzovoort. Hij liep weg en sloot zich op in zijn kabinet.

Een half uur later stond hij terug in mijn kantoor. Hij vroeg om te bellen naar het secretariaat van Axel Vermeken om te zien of de koerier niet in een opstopping zat.

‘Ja?’ zei een vrouw geïrriteerd aan de andere kant van de lijn, in het secretariaat van Axel Vermeken. Ik deelde haar mee dat de koerier nog steeds niet gearriveerd was met de uitnodiging en zei dat meneer Verstuijven ongeduldig begon te worden.

‘Verstuijven? Voornaam?’

Hierover moest ik nadenken. Ik noemde hem altijd ‘meneer Verstuijven’ en had er nooit bij stil gestaan dat hij ook een voornaam had. Ik viste de telefoonlijst uit mijn la en wierp er een blik op.

‘Patrick’, zei ik.

‘Patrick Verstuyven, woordvoerder van schepen Donkmans?’

‘Neen, Patrick Verstuijven met ij, Chef van het Departement Aankopen op het bestuur Vuilnisverwerking van de . . . ‘

‘Wij hebben maar één Patrick Verstuyven uitgenodigd en dat is de woordvoerder van schepen Donkmans.’

‘Meneer Verstuijven zal dat niet plezant vinden’, zei ik.

‘Tja, weet ik veel hoe jouw baas zich in het hoofd heeft gehaald dat hij uitgenodigd was’, klonk het aan de andere kant van de lijn en de hoorn werd opgelegd.

Ik vroeg aan Rita hoe we dit nieuws best aan meneer Verstuijven konden meedelen.

‘Zeg het aan Betty,’ zei Rita, ‘zij is de secretaresse van Verstuijven.’

Betty was een andere mening toegedaan. ‘Zeg het hem zelf,’ zei ze,

‘hij heeft aan jou gevraagd om te bellen.’

De deur van het kantoor van Verstuijven was groter dan die van de rest. Het was een dubbele deur uit tropisch hout, met een vergulde klink. Ik was maar één keer binnengeweest in het kantoor van meneer Verstuijven, en dat was vijftien jaar geleden, om mijn contract te ondertekenen. Verstuijvens kantoor was minstens drie keer zo groot als dat van mij; aan het venster stond een grote tafel volgestapeld met dossiers, daartegenover een leren zithoek en aan de rechterhand van de werktafel bevond zich een klein vergaderzaaltje. Even keek ik naar de gouden klink, maar ik durfde hem niet aanraken. Ik draaide me om, ging naar Guido’s kantoor en klopte aan. Guido keek op van een pak papieren die hij met weinig interesse zat te bestuderen.

‘Guido, meneer Verstuijven is niet uitgenodigd. Ik heb net een telefoontje gekregen.’

‘Heb je het hem al verteld?’

‘Neen, ik wilde dat aan jou vragen.’

‘Je durft niet?’

‘Neen.’

Guido genoot even van deze kleine overwinning en kwam vermoeid recht uit zijn stoel.

Bij het horen van het nieuws zonk Verstuijven weg in zijn stoel, helemaal naar onder, tot hij bijna onder de tafel verdween. Het was een meelijwekkend gezicht.

De volgende ochtend kwam Betty met een Kleenex-doosje mijn bureau binnen. Er was een lijst geplakt op het doosje met al het personeel en het doosje was voorzien van een gleuf. Op het doosje stond met zwarte stift geschreven: voor meneer Verstuijven.

‘Ik ga deze middag een taart voor hem kopen,’ zei Betty, ‘om hem te troosten.’

Ik haalde mijn portemonnee uit mijn binnenzak, stak een briefje van vijf euro in de gleuf, zette een kruisje naast mijn naam en gaf het doosje terug aan Betty.

‘De baas kan best een opkikkertje gebruiken,’ zei ik.

2 Comments

  1. Posted 31 October 2007 at 11:34 | Permalink

    het is een goed verhaal. ik zou er nog wat tijd in steken om het nog beter op te schrijven. ik deel dus uw analyse qua halfafgewerktheid enzo maar ik moedig u ook aan. ik ben dus, kortom, positief in deze.

  2. Klaus
    Posted 31 October 2007 at 14:24 | Permalink

    Ik ben blij met zulk een lezers.

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*