Incassoman

Hierop zit ik al enkele weken te zwoegen en ik ben blijkbaar in een doodlopend straatje geraakt. Als je goesting hebt om me te helpen en me te zeggen waar het schort, gelieve deze tekst dan van commentaar te voorzien. Niet dat ik reken op veel input, maar je weet nooit.

Mijn naam is Alexej. Tot voor kort was ik een incassoman. Tegenwoordig is dat een populair beroep, want zelfs een luis doet hier zijn aankopen op krediet. Toen ik nog incassoman was, had ik een notebook met een database vol wanbetalers die op krediet mixers, televisies, auto’s of appartementen kochten en dan hun maandelijkse afbetalingen niet uitvoerden. Ik werd betaald om hun geheugen op te frissen.

Omwille van mijn gebrek aan beheersing had de baas me de oplichters en recidivisten toevertrouwd, het kleine grut was voor mijn collega Andrej. Andrej had veel geduld en stalen zenuwen en kon uren aan de telefoon mensen de oren van de kop zagen, tot ze betaalden om van hem verlost te zijn. Hij was niet zoals ik, die meteen ontplofte en iedereen de stuipen op het lijf joeg. Van mij zetten zelfs honden het op een rennen.

De baas had me vrij spel gegeven met de oplichters en recidivisten. Hij wou op zijn minst een beetje morele voldoening, zei hij tegen mij, want van die klootzakken krijg je toch geen cent terug.

Ik propte dode ratten in hun postbussen, stak hun banden plat en gooide hun ruiten in. ’s Nachts ensceneerde ik overvallen en belde schuldenaars uit hun bed, bestookte hun vrouwen en kinderen met hijgtelefoontjes, stuurde anonieme brieven naar hun werkgevers en echtgenotes… Ik bedacht steeds nieuwe methodes, waarover ik dan opschepte tegen mijn collega’s.

Op dit gebied was ik de beste van de firma. Zeker tachtig procent van de wanbetalers gooiden na enkele benaderingen de handdoek in de ring en stapten netjes naar de bank om een overschrijving te maken. Meestal waren drie ontmoetingen genoeg. Soms vijf. Mijn baas was in de wolken van deze bijkomende bron van inkomsten.

Maar met sommige klanten had ik moeite. Ik kon ze maar niet klein krijgen.

De moeilijkste van allemaal was Volodja Izjoemov. Omwille van hem heb ik mijn werk verloren.

Hier is mijn verhaal.

Op een dag besloot ik hem te achtervolgen. Hij had net het ziekenhuis verlaten en was op weg naar huis. In het ziekenhuis had hij twee maanden in een coma doorgebracht, zwevend tussen leven en dood. Maar dat maakte voor mij niks uit. Een schuldenaar moest zijn schuld betalen, arm of rijk, ziek of gezond. En Volodja Izjoemov was al meer dan vijf jaar achter op zijn betalingen.

Hij woonde in een woontoren van twintig verdiepingen aan metro Prazjskaja. Ik volgende hem naar binnen. De ingang van zijn appartementsblok verschilde in geen enkel opzicht van de duizenden andere inkomhallen die ik al heb mogen aanschouwen in mijn leven: sombere donkergroene muren volgeklad met graffiti, een miezerig straaltje zonlicht dat pierde uit het gebroken venstertje boven de deur, uitgedraaide lampen, enkele rijen met niet-gebruikte postbussen en een lift die een vreselijke herrie maakte. Toen hij de lift instapte blokkeerde ik deze tussen twee verdiepingen en ging naar huis. Ik dacht dat hij ging bonken en krijsen en dat één van de bewoners hem uiteindelijk zou bevrijden. En mocht hij bonken noch krijsen, dan zou er wel iemand zich druk maken om de kapotte lift en een technicus opbellen. In beide gevallen zou Volodja Izjoemov, die eindelijk zijn lesje had geleerd, de lift levend en wel verlaten en naar de bank rennen om zijn afbetalingen te hernemen.

Maar Volodja Izjoemov had nog niet voldoende krachten opgedaan om te protesteren of zijn onbegrip te uiten. Hij was al blij dat hij kon rechtstaan in de lift en het knopje van zijn verdieping indrukken. Toen de lift halt hield tussen de elfde en twaalfde verdieping schoot hij in paniek, brak het koude zweet hem uit en viel hij flauw.

Dat had ik over het hoofd gezien.

Ik had evenmin voorzien dat de technicus drie dagen op zich zou laten wachten. Dat waren drie dagen teveel voor Volodja Izjoemov, die zijn laatste zondige minuten doorbracht in de donkere afzondering van de lift, moederziel alleen met een schuld van vierhonderd roebel die hij al vijf jaar lang niet wilde betalen aan zijn telefoonbedrijf.

Mijn vrouw was blij dat ik eindelijk een vaste en goed betaalde job had, na jarenlang naar mijn gezaag te luisteren over Afghanistan en hoe ik omwille van mijn psychische labiliteit en medische geschiedenis geen normaal werk kon vinden. Maar toen ik haar trots vertelde wat ik had uitgevoerd met Volodja Izjoemov, werd ze zo bleek als een kaars. Enkele dagen sprak ze helemaal niet meer tegen mij en op de derde dag was ze weg. Op de keukentafel lag zelfs geen briefje waarin ze zei dat ze naar haar moeder was getrokken. Maar dat kon ik zelf wel raden. Waar kon ze anders naartoe?

Ze had me een rotte streek geleverd door zomaar zonder uitleg weg te lopen. Hierdoor werd ik gekweld door de gedachte dat ik ergens een misstap had begaan. Ik probeerde haar te telefoneren om te smeken om haar terugkeer, maar geraakte nooit voorbij mijn schoonmoeder, die de hoorn niet wilde doorgeven en beledigingen op me afvuurde van verschillend kaliber.

De volgende ochtend vond ik in de gang een enveloppe. Ik scheurde die open: een rekening voor een plasmapaneel van 120 cm: 80.000 roebel. De rekening stond op mijn naam. Ik had nochtans niks gekocht. Bovendien had ik dat plasmapaneel nooit onder ogen gekregen. Ik belde naar de winkel, maar op alle papieren stond mijn naam en mijn handtekening en in de winkel zeiden ze me dat als ik moeilijk zou beginnen doen, ze me zouden aangeven bij de dienst voor kredietgeschiedenis. En daar was ik als de dood voor. Ik wilde niet belanden op onze database.

Gedurende de daarop volgende dagen kreeg ik nog een aantal rekeningen in mijn postbus. Eén voor een gsm van 35.000 roebel, dan voor een Zwitsers horloge: bijna elke dag zat er één in mijn bus. Dat kon natuurlijk enkel mijn vrouw zijn, dat wist ik de hele tijd al. Ik vond dat ze misschien wel dat recht had omdat ik haar zo had beledigd; Ik wist niet wat gedaan. Ik had helemaal niet zoveel geld liggen op mijn spaarboekje. Ik deed een paar betalingen, leende geld bij vrienden, verkocht het één en het ander, maar nog kwam ik centen te kort.

Op een dag besloot ik dat het genoeg was geweest.

Ik wachtte mijn vrouw op aan het appartement van mijn schoonmoeder en nam haar beet bij de arm en hield haar de rekeningen voor de neus. “Is het zo dat je me een lesje wil leren?” vroeg ik. Ze rukte haar arm los van de mijne en keek naar me met een blik vol weerzin. “Neen, Alexej,” zei ze, “ik wil gewoon eindelijk eens leven. Wat vind je van mijn nieuwe mantel?” vroeg ze. En ik zag dat ze een leren mantel droeg die een fortuin moest hebben gekocht. “Is dat ook op mijn kosten?” vroeg ik. “Ja,” zei ze, “zolang je niet van werk verandert!” ze draaide haar om en sloot de deur achter haar dicht.

Ergens had ze gelijk. Maar dit werk was een godsgeschenk voor mij geweest toen ik het kreeg. Het leek wel speciaal voor mij te zijn uitgevonden.

Op een dag kreeg ik mijn collega Andrej aan de lijn toen ik in het aanpalende kabinet zat. Het duurde tien minuten vooraleer ik hem ervan had overtuigd dat ik het was en dat hij me kon komen zien hiernaast, en dat ik zo vlug mogelijk zou betalen, dat ik dat beloofde. Andrej was echter niet van het soort dat je zoet kon maken met beloftes. Hij was als een hond die zich vastbeet in je broekspijpen en niet afliet, hoe hard je ook met je been schudde.

Mijn baas kwam alles te weten en ik dacht dat hij me zou ontslagen, maar hij had medelijden met mij en ik mocht het incassovoertuig besturen, een bruine Lada Niva met portieren uit kogelvrij staal.

Op een dag zat ik in mijn Niva achter het stuur en zag ik haar de straat oversteken. Ik toeterde. Ze keek om naar mij en ik wuifde. Ze stond even stil omdat ze mijn gezicht niet meteen herkende achter mijn helm. Ik zette de jeep in eerste versnelling en gaf goed gas. Sindsdien laat ze me met rust.

Eén Reactie

  1. Gepost 17 October 2007 om 13:41 | Permalink

    aha, vandaar die foto laast bij een postje van jou. Veldwerk.

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*