Vanochtend nam ik een taxi naar het werk. Meestal zwijgen de chauffeurs. Deze zweeg ook. De laatste tijd voel ik me onderdrukt door deze stilte en probeer ik een gesprek aan te knopen, meestal zonder groot succes. Ik durf enkel voor de hand liggende vragen te stellen om niet tactloos over te komen.
Ik merkte op aan de chauffeur dat het rotweer was. Twee graden, motregen en een grijze hemel leken me deze opmerking te verantwoorden. De chauffeur zei dat het tenminste niet vroor. En daarmee was ons gesprek gedaan. Ik probeerde nog op te merken dat we de laatste zes maanden misschien tien dagen zon hebben gehad, maar dat was zinloos: ik had te maken met een optimist. Eén van de soort die enkel overal de positieve kant van wil onderscheiden.
7 Reacties
Wel een optimist zijn, en dan toch nog achter zijn stuur gaan zitten zwijgen.
Ik had een zwijgzame optimist te pakken.
Misschien was het gewoon nen tegendraadse. Als je zelf was begonnen, met : ‘een geluk dat het niet vriest’, dan had hij misschien wel gerepliceerd met : ‘maar 2 graden is ook niet bepaald warm en er valt motregen en van die grijze hemel word je ook niet echt vrolijk’.
En dan zou de titel van je stukje misschien wel ‘pessimist’ zijn geweest.
Mensen moeten trouwens niet altijd zomaar alles van elkaar beamen, vind ik.
Inderdaad, ge hebt gelijk, klaas.
Niet waar!
gisteren in “de laatste show”: wat nederlanders zo anders vinden aan belgen: ze ouwehoeren niet. Ze kunnen gewoon stil zijn. Als er niets te zeggen valt, zeggen ze ook gewoon niets. maar dan staren ze soms wel…
Klaus, misschien was het de nederlander in jou die naar boven kwam en was die taxichauffeur een belg?
Russen kunnen nog beter zwijgen dan Belgen. En staren ook, natuurlijk.
Een woord teveel en je zit in Siberië hout te hakken.