Ik had het met mijn vrouw onlangs over hoe de mensen elkaar begroeten in Rusland. Terwijl mannen elkaar de hand drukken blijven vrouwen meestal beschaamd in een hoekje staan. In het uiterste geval steken ze een slap handje uit.
Geen kussen. Heel zelden zie je hoe iemand een handkus probeert te geven.
Ik dacht dat dit te wijten was aan de patriarchale maatschappij en de gelijkenissen tussen orthodoxie en islam, maar mijn vrouw was niet akkoord.
Volgens haar was het te wijten aan de voorbije revoluties. Ze zei dat voor de revolutie de handkus in gebruik was, maar dat die verboden werd na de revolutie omwille van kleinburgerlijk.
In de Sovjetunie gaf iedereen elkaar een hand en riep men “Kameraad!” naar elkaar.
Dat kan je nu ook niet meer doen.
We zitten dus in een begroetingsvacuüm.
10 Reacties
Een schop onder de kont en dan stevig zoenen.
Maar nooit, nooit, nooit beginnen met ‘huggen’!
Hier, in Randstad Holland, veranderd de straat in een huiskamer. Men groet elkaar mobiel en de rest is decor. “Waar ben jij nu?” Niet groeten kost meer energie dan wel groeten. De revolutie zit van binnen.
Binnenkort gaan we in pyama de straat op.
Amsterdam is dus net een russische stad, maar dan iets pitoresker.
Ik denk van niet.
Dat viel ons in Wit-Rusland ook op. Nu zijn wij natuurlijk eigenwijze eilanders en groet je hier iedereen. Daar zijn we daar ook maar mee begonnen. ‘n Knikje met een voorzichtig ‘hej’ (op z ‘n deens). En waarachtig, na een week had het resultaat. We werden teruggegroet op straat (en echt niet alleen door dronkelappen…) en vaak waren ze ons zelf te snel af. Wie weet groeten de mensen in dat dorp elkaar nog steeds met een ‘hej’ en ‘n knikje. Hoewel ik vermoed dat de achterdochtigheid tussen de mensen al weer snel zal opspelen…
Om dat in Moskou te verwezenlijken heb je een leger van tienduizend vrijwilligers nodig dat gedurende enkele maanden iedereen begroet en tot ziens zegt in de winkels, de deur openhoudt voor elkaar en danku zegt wanneer ze iets krijgen.
Maar wie gaat dat financieren?
Zo wordt het nooit wat Klaus. Meteen maar tienduizend vrijwilligers, die ook nog eens gevinacierd moeten worden? Meer realistisch is het om er zelf mee te beginnen en wie weet geeft het een rimpeling die weer bij je terugkomt.
Uch, ‘gevinacierd’ moet zijn ‘gefinancierd’.
Daar ben ik druk mee bezig, maar ik voel dat mijn inspanningen verdwijnen in het niets.
Zo hield ik deze morgen de deur open aan de uitgang van de metro om die door te geven aan de volgende persoon achter mij.
Maar die stak me gewoon voorbij. De persoon achter hem ook. En de volgende ook.
Toen begonnen de mensen zich te enerveren waarom ik toch die deur openhield als een onnozelaar en de beleefderik zat uit te hangen.
Was ik dan beter dan de rest?
Toch, in de trein gaat het steeds beter. Er zit iets in de lucht. Steeds vaker houden mensen de tussendeurtjes vast, zodat anderen hem over kunnen nemen. De flapdeuren. Bij het verlaten van de couppee. Het mooiste is als dit nonchalant gebeurt. Als een tweede natuur. (Alles wat gewoon is stelt gerust.)
Reageer