Onlangs heb ik mijn ouders op bezoek gehad en, rijkelijk laat, een exemplaar van de Hondenkoning gekregen, het boekje van mijn idool Walter.
Ik had het op voorhand besteld natuurlijk, want mijn vader zou dat uit eigen beweging nooit gekocht hebben. Hij erkent alleen De avonden, Death of a salesman en de Autogids.
De Hondenkoning heb ik uitgelezen ondertussen, in de periode waarin heel Rusland dronken in de sloot lag.
Als grootste fan heeft Walter me onlangs enkele stukken van zijn nieuwe boek opgestuurd.
Van zodra ik ze had uitgeprint ben ik aan het lezen geslagen. Ik las eerst in de shoarmatent, daarna op de leren zetel in de vergaderzaal op mijn werk (met mijn voeten op het tijdschrifttafeltje) en ’s avonds in mijn bed.
Hierna een uittreksel van mijn lofbrieven aan Walter na het lezen van weer een verhaaltje:
Net geen traan gelaten bij het lezen van dit pareltje van de hedendaagse nederlandse letterkunde. De echte tranen spaar ik op voor het einde. Jij bent een romanticus, Walter!
Je hebt een gevoelige snaar geraakt bij de kalende dertigers die af en toe wel eens met heimwee terugblikken op de tijd toen ze nog vrienden hadden waar ze dingen mee konden doen.
Staalmansplein gelezen stiekem tijdens de werkuren: een Nederlandse Raymond Carver is opgestaan!
Ik gooi me vol overgave in het fan-zijn. Zozeer dat ik mezelf er soms voor schaam.
Laat me toe een kleine tip van de sluier op te lichten: een Renault Fuego die op mysterieuze wijze de technische controle door is geraakt speelt een belangrijke rol in één van zijn verhalen.
Walters personages rijden overigens allemaal rond in rammelende wrakken. Misschien kan ik me daarom zo goed met zijn personages identificeren (mijn koppeling heb ik ondertussen laten herstellen).
Ik zou graag Walter een dik, episch boek zien schrijven en heb hem dat gezegd. Maar dat zit nog niet in zijn vingers, zegt hij.
Walter, ik kijk uit naar je tweede boek! En naar je derde!
2 Reacties
bon. als het zo zit zal ik dat boek eens aanschaffen ter lering van de hei.
Je weet hoezeer wij het eens zijn, Klaus. Walter moet een dik, episch boek schrijven. Niemand herinnert zich de niemendalletjes.
Goed nieuws dat hij zegt dat het NOG niet in zijn vingers zit. Het komt dus nog.