Voor mijn volgende liedje baseer ik mij op een oud postje van mij, kantoorzombie.
De tekst is nog niet helemaal af. Hier is voorlopig de eerste strofe:
Mijn dagen slijt ik in de ondergrondse
en op kantoor, volledig in het donker.Ik draag een das van drieëndertig roebel
en een nylon hemd waar ik niet mee kan stoefen.In mijn tas ligt een banaan, oploskoffie in een zakje
en een detectiefje om de sleur mee te verzachten.Op het toilet tel ik mijn puisten
ondertussen zit ik aan tweeduizend,want ik zit hier al een poosje
op mijn stoel in dit bureautje.
Het is niet helemaal autobiografisch. Zo ben ik onlangs gestopt met het dragen van dassen.