Over het verleden van Zakvaskin

Zakvaskin was majoor van de oproerpolitie. Zijn job bestond uit het uit elkaar schieten en slaan van vreedzame en minder vreedzame demonstraties met behulp van traangasgranaten, rubberen patronen en een zwarte rubberen knuppel. Zijn slachtoffers waren voornamelijk gepensioneerden, ongeschoolde arbeiders, studenten en bebrilde intellectuelen.

Van die laatste kategorie had hij de grootste afkeer.

Intellectuelen waren meestal arm, slecht gekleed en ongewassen, om nog maar te zwijgen over de praat die ze verkondigden. Intellectuelen die beter gekleed waren waren geen intellectuelen meer, maar gatlikkers van het regime en conformisten. Over deze gerespecteerde laag van de bevolking had Zakvaskin het niet wanneer hij het had over de ‘intellectuelen’. Hij had het over mensen die altijd wel een opmerking ergens over hadden en hun ontevredenheid in het openbaar dienden te betuigen omdat dat werd verplicht door hun ‘geweten’, nog zo een raar woord. Deze categorie kon bijgevolg onmogelijk aan werk geraken, want welke werkgever haalt zich graag problemen op zijn nek?

Paradoxaal genoeg zat Zakvaskin nu thee te drinken bij een intellectueel. Want zo kon je zijn buurman best noemen. Mager, zakkige kleren, dikke brillenzen, bleke pokkerige huid, het was alsof er een vreemd dier voor Zakvaskin zat, een zeldzame soort, met uitsterven bedreigd. Hij voelde zichzelf ja knikken op zinnen die anderen de bak in zouden doen belanden of een portie slaag bezorgen in een donker steegje.

Wanneer hij buiten was ging Zakvaskin zich wassen. Hij voelde zich vuil van binnen. Vuil van al die woorden.

Toch ging Zakvaskin elke avond op bezoek bij de man. De woorden had hij broodnodig, net als de omelet uit tien scharreleieren die zijn vrouw hem elke ochtend bakte. Zonder een goed gesprek voelde hij zich stikken. Want met zijn collega’s, echte bullebakken, kon hij enkel praten over tieten, achterwerken, lange piemels, carburators, velgen, laagprofielbanden, homosexuelen en voetbal.

Niemand vermoedde dat Zakvaskin een intellectueel gesprek kon voeren. Iedereen dacht dat Zakvaskin alleen hard kon meppen. Dat hij sterk was en een karrewiel op zijn rug van het ene dorp naar het andere kon dragen zonder het één maal op de grond te zetten.

Zakvaskin was een latent intellectueel. Een beul met een hart. Maar desalniettemin een beul.

Want wanneer de demonstranten op straat stonden en met borden begonnen zwaaien met allerlei slogans op, dan ging zijn bloed koken. Hij stond daar dan met zijn schild en zijn helm en zijn matrak en voelde zich als een stier die de arena in moest onder luid gejoel van de toeschouwers, klaar om hamok te maken.

De demonstraties gaven hem een zodanige adrenalinekik dat hij in het dagelijkse leven zo zoet was als een doetje. Hij was een ideale echtgenoot die nooit zijn vrouw sloeg of een vlieg kwaad deed. De demonstraties kanaliseerden zijn drang naar geweld en hij pluisde er de kranten op na om te proberen voorspellen wanneer de volgende demonstratie zou plaatsvinden en waarover ze zou gaan.

Bedrogen beleggers, gepensioneerden die hun spaargeld op één dag hadden zien verdwijnen, studenten die protesteerden tegen de legerdienst… Elke demonstratie had zijn moeilijkheidsgraad, zijn uitdagingen en zijn verrassingen. Zo waren oudjes bijvoorbeeld een bedrieglijk zootje. Enerzijds had hij er medelijden mee en probeerde er niet te hard op te slaan, maar die oude vrouwtjes hadden bakstenen in hun handtas en sloegen ermee zo hard ze konden: kleine omaatjes mikten ermee tussen de benen, dikke bomma’s sloegen de helm ermee van het hoofd en grote meetjes beukten domweg de schedel in. Studenten waren beter georganiseerd en probeerden een strijder te isoleren en hem van zijn wapens lichter te maken om er mee een tegenaanval te organiseren. Daar hadden Zakvaskin en zijn collega’s al een aantal keer hun vingers aan verbrand.

Maar goed, nu stond Zakvaskin op een demonstratie en iemand stond te zwaaien met het volgende plakaat: “weg met iedereen!” Zakvaskin had dat plakaat van in het begin geisoleerdging er achteraan. Hij baande zich een weg door de demonstraten, hakkend met zijn matrak als met een machete door de jungle, tot bij het plakaat dat het bloed in zijn ogen deed lopen van woede. Hij begon erop te slaan en te slaan en te slaan op het wollen truitje, de versleten kostuumbroek en sandalen met witte sportsokken - de bril was al lang de grond op gekletterd en verbrijzeld onder Zakvaskins zwarte zolen - en diende de genadeslag toe aan het ondertussen op de grond gezegen lichaam dat met zijn handen zijn hoofd probeerde te beschermen.

En toen herkende hij het horloge van zijn buurman. Hij had er gisteren ook al naar zitten kijken toen hij er thee mee was aan het drinken: het was een jongenshorloge met Mickey Mousetekening en Zakvaskin vond dat nogal ridicuul maar durfde er zijn buurman geen opmerking over maken. Hij hield stil en voelde zich ineens helemaal nuchter worden. Hij voelde zich een onnozelaar in dat apenpakje, zo wildeweg slaand op onbekenden die niets misdaan hadden. Hij haalde de armen weg van zijn buurman en keek naar diens gezicht, dat stil was als een masker. Hij probeerde de polsslag maar daar had hij maar weinig kaas van gegeten en riep een dokter terwijl hij ondertussen belaagd werd door andere demonstranten, die zich op hem hadden geworpen en hem waren beginnen slagen langs alle kanten.

Zijn buurman was er erg aan toe en bracht tijd door in het ziekenhuis in intensive care. Zakvaskin verloor enkele graden omdat hij een professionele fout had gemaakt en moest de komende jaren niet meer rekenen op promotie.

Maar hij was veranderd. hij was beginnen nadenken. Plots ontdekte hij veel fouten in het systeem, die hem vroeger niet zo raakten en die hij als noodzakelijk kwaad beschouwde. Hij begon zijn mening te zeggen tegen zijn collega’s, die naar hem keken alsof hij een besmettelijke ziekte had. Ze begonnen hem te vermijden omdat ze bang waren met hem over één kam te worden gescheerd. Zakvaskin was al gauw alleen op het werk en ook tijdens demonstraties moest hij achteraan staan en kon hij geen meppen meer uitdelen. Dit maakte hem aggressief en hij begon zich af te reageren op zijn vrouw en zijn schoonmoeder, die hij op een dag aan haar lange vlecht waar ze zo trots op was acht verdiepingen van de trap naar beneden sleurde terwijl zij krijste van de pijn, om haar de deur uit te zetten. ‘Ga maar je stinkende varkenslever bakken bij je man!” riep hij haar achterna, want hij wilde haar nooit meer zien.

Hij had er niet op gerekend dat zijn vrouw zou volgen en dat hij de volgende avond een leeg appartement zou aantreffen en dat er geen avondmaal op hem zou staan wachten, zelf geen gebakken lever waar hij zo een hekel aan had.

Hij dacht dat hij totaal in de put zat en was op zoek naar houvast, naar een stem die naar hem wilde luisteren.

En toen brachten ze zijn buurman terug naar diens appartement, geheel in de gips van kop tot teen. Zakvaskin zag meteen hoe hij zijn schuld tegenover de arme man kon afkopen. Hij nam een lange vakantie - hij had daar recht op want de laatste vijf jaar had hij helemaal geen vakantie genomen - en besloot zich te ontfermen over de zieke.

In het begin beperkte zich dat tot het voederen met behulp van een lepeltje en met een servetje en telkens de lippen en wangen afvegen wanneer hij gemorst had en hem te helpen in het pissen en het schijten. De zieke kon niet spreken maar Zakvaskin merkte toch dat deze zich verveelde en begon in diens appartement te zoeken naar iets om hem mee te amuseren.

En toen ontdekte hij de bibliotheek. Zijn buurman bleek in het bezit van boeken waarvan Zakvaskin het bestaan niet eens vermoedde. Zakvaskin pakte een boek uit de bibliotheekkast en besloot de man voor te lezen.

Dat duurde een aantal weken, tot de man zich stilaan beter begon te voelen en al recht kon staan en eerste woordjes zeggen, ondanks de kaakbreuk en de helft van zijn tong die hij had afgebeten.

4 Reacties

  1. Gepost 19 October 2006 om 11:04 | Permalink

    Niemand een idee wat er nu verder gebeurt?

  2. Philip
    Gepost 19 October 2006 om 13:43 | Permalink

    Volgens de regels van het drama (http://lambda.radiotequila.be/structuur_van_het_drama.htm) zijn we de catastrophe voorbij (Zakvaskin z’n vrouw is weggelopen, de buurman nagenoeg verworden tot plant) en zijn we op weg naar de loutering. De logische consequentie hier lijkt me dat het boek waaruit voorgelezen wordt de Russische vertaling blijkt te zijn van een werkje van Anthony Burgess, genaamd A Clockwork Orange (Заводной апельсин). Langzaam rijpt er een besef in het brein vn Zakvaskin, en dat uit zich uiteindelijk in het tevoorschijn halen van de matrak, en een bloederige dood van de buurman, waarop de anderen omwonenden de militia waarschuwen, en Zakvaskin door zijn collegas mee wordt genomen en uiteindelijk in een strafkamp eindigt.

  3. Gepost 19 October 2006 om 14:02 | Permalink

    Ik zie het licht!

    Met uw toestemming maak ik op deze manier komaf met dat verhaaltje.

    Wat een opluchting. Je zou eens moeten weten hoelang ik er al aan zit te prutsen.

    Bedankt.

  4. Philip
    Gepost 19 October 2006 om 20:07 | Permalink

    Happy to help :-)

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*