Potpourri

Ik zette me aan het werk want ik wilde snel naar huis. Ik checkte de dozen drie keer sneller dan S. en V., die op hun gemakje in kleermakerszit de doosjes bekeken.

Het appartement zag er duur uit maar niet bewoond. Een ingepakte matras en divan, een tafel met onderdelen van computer op uitgespreid (harde schijf, coolers, videokaarten), een kast met boeken (goedkope detectives) en hier en daar hoopjes potpourri uitgestrooid op het witte langharige tapijt.

Ik ging naar de badkamer om een plasje te maken. Naast de toiletpot lag ook een hoopje potpourri uitgestrooid, op een open gespreide krant. Ik had de deur van de badkamer nog maar op slot gedaan of V. kwam aan de deur kloppen en riep door de deur: “Het kraantje links onderaan de toiletpot openzetten wanneer je doortrekt!”
“Komt in orde!” riep ik. Ik zette het kraantje links onderaan open en de bak liep vol en ik trok door.

Ik ging verder met brochures checken. V. stond in de kamer met een zakje potpourri in zijn handen. “Stinkt het hier niet?” vroeg hij. “Neen,” zei ik. Ik dacht dat hij het over mijn bezwete oksels of stinkvoeten had. “Naar tabak, bedoel je?” vroeg S. “Ja,” zei V. Hij strooide het zakje potpourri uit op het tapijt. “Mijn vader heeft hier twee jaar gewoond,” zei hij. “De muren zijn geel van de nicotine. Toen hij er introk was het een nieuw appartement. Ik kan de geur maar niet verjagen.” V. strooide de inhoud van een zakje leeg naast een kamerplant. “Mijn vader is een jaar geleden gestorven. Longkanker vierde graad.”

Ik rende naar de badkamer om het kraantje uit te draaien.

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*