Wij zijn gisteren voor het eerst in jaren door vrienden uitgenodigd hier in Moskou. Vrienden is natuurlijk een rekbaar begrip. Het betreft hier eerder een flauwe benadering van het woord vriend. Het maximum dat in het sociopathische Moskou mogelijk is. V. werkt als macro-economisch analist bij een denktank en M., zijn vriendin, als designer bij één van de vele landscape design kantoren die de laatste jaren als paddestoelen uit de grond zijn gerezen. Eerst gingen we wandelen op een grote wei met zicht op honderden betonnen woonblokken, naast de vijvers van Borisovo. Ik en V. dronken een pintje en mijn vrouw plukte iets wat leek op rozenbottel. Er liepen veel honden rond met hun baasjes. Daarna gingen we bij hen eten, in een appartement op de dertiende verdieping van één van de betonnen blokken met een indrukwekkend zicht op de asfalt jungles van Moskou. M. kan niet koken, dat had mijn vrouw me al gezegd, en daarom werden het diepvriespizza’s. We keken naar de foto’s van M. en V.’s vakantie naar Vietnam en naar Cambodja. We keken naar zijn LCD scherm van 19 inch. Zoiets waren we ook van plan om te kopen. M. en V. hadden een zeven jaar oude kater die olijven eet en die me in mijn hand beet toen ik hem probeerde te aaien. En een mediterrane schildpad in een terrarium. De schildpad hadden ze op een dag gevonden in een parkje. Het beest moet warmte hebben, want anders kan het een longontsteking krijgen en sterven, zei M.
M. praat de hele tijd. Dat is heel vermoeiend. Ik had koppijn en vroeg een aspirine. V. kwam het mij brengen op een onderbordje en met een kopje uit Japans porselein met kraantjeswater om het door te slikken. Het appartement was bijna leeg, alsof ze er net in waren verhuisd, maar ze woonden er al vijf jaar. M. wil emigreren naar een warm land. V. naar Canada.
Als dessert was er calorie-arme yoghurttaart en stukjes banaan op een stokje.