Het verhaal dat Sergej had bedacht zat als volgt in elkaar: majoor Zakvaskin moest op zijn eentje wraak nemen voor de systematische uitroeing van het Russische volk, een misdaad die tegen 2050 zo goed als voltrokken was. Een groepje cynische vetpotten had de bevolking gereduceerd tot zestig miljoen, net voldoende om de olie-, gasvelden en pijplijnen naar China, Europa en Japan te bedienen. Zakvaskin zou wraak nemen op de moordenaars. Hij barrikadeerde zich op de bovenste verdieping van één van de vele verlaten woonblokken die Moskou ondertussen telde en voedde zich met gerookt kloonvlees. Meest van al wilde Zakvaskin Gorelytsj vermoorden. Gorelytsj was auteur van de doctrine die had geleid tot het uitroeien van de bevolking en daarom het meest verlangde doelwit. Gorelytsj was zo goed als onaanraakbaar. Hij werd bewaakt door tien regimenten en leefde in een huis achter tien omwallingen.
Met een wapenarsenaal dat hij had gestolen van een beruchte verzamelaar liet Zakvaskin een spoor van beestachtige moorden na, steeds een stapje hoger zettend in de echelons van de macht. De wurggreep rond Gorelytsj, die zijn leger bondgenoten angstwekkend snel zag schrinken, werd steeds strakker.
Zakvaskin werd door de tegenstander gevat in het schuilhol van Gorelytsj. Als een wild dier werd hij tentoongesteld aan het televisie kijkende publiek en publiek geëxecuteerd. Gorelitsj had gewonnen. Sergej was immers een pessimist.