Na lang wikken en wegen besloot hij munt te slaan uit zijn diploma filologie, dat vodje waar hij de laatste vijftien jaar enkel zijn achterwerk mee had kunnen afvegen. Zijn jarenlange ervaring als bibliothecaris garandeerde hem immers enkel een plaatsje achter de lopende band, als straatveger of handlanger op een bouwwerf. Een dergelijke carrièrespong zag hij niet zitten. Uit principe. Hij zou een bestseller schrijven, veel geld verdienen en het zelfrespect terugwinnen dat hij tijdens de algehele verloedering van de jaren negentig was verloren.
Maar hij begon maar niet aan zijn werkplan. “Het zit allemaal in mijn kop!” riep hij tegen zijn vrouw telkens ze zeurde dat ze het zat was om hem te onderhouden. Deze creatieve verlamming duurde enkele jaren. Tot op een dag Marina, Sergejs echtgenote, bitter en ontgoocheld haar man aan de deur zette. De enige woorden die Sergej op dat moment op papier had staan, waren de titelwoorden: “de wraak van Zakvaskin”.