Tijdens het schrijven pauzeerde Sergej elk uurtje voor een ommegang met zaklamp langs het administratieve gebouw, een saaie witgeverfde betonnen kubus. ’s Nachts brandde af en toe licht in het kabinet van de directeur, wiens twee witte mercedessen dan op de koer stonden geparkeerd. Eens het gebouw voorbij liep hij verder langs de omheining uit gewapend beton, met bovenop rollen NAVO-prikkeldraad (vervaarlijke prikkeldraad met scheermesjes in plaats van prikkels). Schijnwerpers verlichtten de prikkeldraad, zodanig dat geen enkele poging tot schenden van het territorium onopgemerkt voorbijging. Van het magazijn, het voornaamste voorwerp van Sergejs bewakingskunst, waren de ijzeren poorten ’s nachts potdicht. Er kon geen muis binnen. De flessen vodka, hoog opgestapeld in paletten vol kartonnen dozen, bevonden zich in veiligheid. Na zijn rondgang keerde Sergej terug naar zijn doorrookte hok, dat stonk naar zweet en vuile kousen.
-
Navigatie
-
Elders
-
RSS