Hond

Sergej had zijn boek geschreven zittend op een doorgelegen matras, diep gebukt over een houten kist onder het licht van een gloeilamp, sigaretten rokend en nippend van lauwe groene thee. Tijdens het schrijven luisterde hij met een half oor naar het geblaf van de waakhond die in de koer aan de ketting lag. Sergej was bang van het beest. Vanop een veilige afstand smeet hij er elke avond een emmer verse botten en beenderen naar en wachtte hij tot het beest hartstochtelijk grommend aan het kauwen ging om zijn kom met water te verversen. Hiervoor gebruikte hij een tuinslang die onder druk stond en zeker vijf meter ver spoot.

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*