Het repareren van mijn Lada

Gisterenmorgen wilde mijn Lada niet starten. Gelukkig besloot één van de buren zijn goed hart te tonen en had ik in mijn kofferbak startkabels liggen.

Het ging niet goed, dat starten, zelfs niet met de hulp van de buurman. Naast een platte batterij was er nog iets dat niet deugde.

“Je carburator moet worden gekuist en je kleppen bijgeregeld,” zei de buur met veel kennis van zaken. “Wanneer je rijdt, heb je dan het gevoel dat iemand je vast houdt bij je achterwerk?”

Ik was onder de indruk. Hij sloeg de nagel op de kop. Dat had ik de laatste tijd inderdaad gevoeld. Het was net alsof iemand me vasthield bij mijn bretellen wanneer ik optrok. Ik gaf gas en plots begon de wagen te stokken.

“Aan de kant van de weg staan van die tentjes,” zei de buur, “met een bordje waar ‘CO, carburator’ op staat geschreven. Rij eens langs bij die mannen, die kunnen je verderhelpen.”

Ik bedankte hem voor de goede raad en zei dat ik dat zeker zou doen.

Ik had die tentjes al eerder gezien vroeger, maar deinsde ervoor terug om beroep te doen op hun diensten. Ik ging hiervoor liever langs bij de mechanicien in mijn buurt. Maar die werkte niet op zondagen en was enkel open van negen tot zes, en dan werk ik. Bovendien deden ze hun werk steeds slecht en repareerden ze met tegenzin Russische wagens. Daar was altijd iets mis mee en dat brengt geen geld op.

Ik besloot dan toch mijn geluk te proberen in één van de tentjes aan de kant van de weg. Ik wist er één staan aan ulitsa profsoyuznaja. Op een ongebruikt stuk rijweg tussen een kruispunt een vluchtheuvel stond een oude grijze mercedes geparkeerd met allerlei meetapparatuur op het dak. Voor de mercedes stond een houten klapbord geplaatst met ‘CO2, carburator, kleppen’ opgeschreven. Ik hield halt voor de twee Kaukasiërs die hier hun klanten ontvingen. Het was min twee en ze droegen allebei een dikke muts en een dikke trui. Hun handen zagen zwart van de olie.

Ik deed mijn kapoot open en ze togen aan het werk. Met behulp van een voltmeter ging één van de twee, een kleine met een haakneus, de werking van mijn bougies na. De andere, een grote dikkerd met gouden tanden, vijsde het deksel van mijn luchtinlaat eraf. Toen het deksel eraf was moesten de twee eens goed lachen: mijn luchtfilter zag pikzwart.

Ik voelde als iemand die naar de tandarts gaat en zijn tanden is vergeten te poetsen.

Mijn bougies en bougiekabels waren aan vervanging toe. Het euvel was gauw verholpen en voor vierhonderd roebel kon mijn Lada weer enkele honderden kilometers verderrijden, op weg naar het volgende defect.

Terwijl ik zat te wachten in de wagen en op hun commando mijn motor nu eens in gang stak en dan weer afzette, dacht ik aan economie en de wetten van de markt. Lada’s kan je enkel nog repareren aan de kant van de weg, bij techniekers die nergens anders aan de bak kunnen, omdat geen enkel service-center nog werkt met wagens die thuishoren op het stort van de geschiedenis. In Moskou rijdt niemand nog vrijwillig rond met een Lada. Elk weldenkend mens koopt met een goedkoop krediet een in Rusland gefabriceerde Ford Focus of Renault Logan, wagens die enkele generaties moderner zijn, vervaardigd volgens de wetten van de vrije markt, en niet zoveel duurder.

Ladarijders als ik zijn de laatste mohicanen.

→ Andere postjes, mogelijk van interesse: Logo, Traag op gang, Samara, Te koop, Watermeloenen, ...

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*