Ik was met mijn gezin op de Krim op vakantie. ’s Avonds, wanneer ik onder invloed van een fles Krimse Sauvignon blanc op de divan lag, pluisde mijn vrouw het reisgidsje door dat we in Moskou hadden gekocht.
In het dorp Kurortnoje bleek destijds Joseph Beuys te zijn neergestort. Ik was helemaal vergeten dat hij op de Krim zijn noodlanding had gemaakt. Met de viering van de 60ste verjaardag van de overwinning op de nazi’s nog vers in mijn achterhoofd, leek het me geen slecht idee om er naar toe te rijden. Dat was eens iets anders dan de keienstranden en de kwallen: een bezoekje aan het zoute Tsjokrak meer, om een kijkje te nemen naar de plek waar de Stuka van Joseph Beuys zich in te pletter heeft gevlogen, nadat die neergeknald was door het afweergeschut van het Rode Leger.
Kurortnoje, of Mama Russa zoals het vroeger bleek te heten, lag op twintig kilometer van Kertsj, een stad met weinig wagens en toeristen. (Een dag later namen we er de veerboot van Oekraïne naar Rusland.) Vanuit Kertsj reden we naar Kurortnoje. We reden ernaartoe in de Lada over een paadje uit witte keien. Ik dacht dat het onderstel van mijn wagen eraan zou gaan. Onderweg stonden we enkele keren op punt om rechtsomkeer te maken. Enkel het idée fixe dat ik de Krim niet kon verlaten zonder dit bezoek te hebben gemaakt deden me verder rijden op de baan uit witte kalksteen, met links en rechts van ons de glooiende heuvels van de steppe. We snelden langs uitgedroogd gras en allerlei heidebloemen en hoorde tsjirpende cicades. Tegenliggers maakten grote witte stofwolken en slingerden stenen in het rond. Mijn wagen rammelde als een paar maracas. Zo nu en dan passerden we een boerderijtje, opgetrokken uit natuursteen. Hier woonden misschien de mensen die zestig jaar geleden de grote kunstenaar wikkelden in vilten dekens en voedden met lepeltjes honing. Alhoewel. Voor hetzelfde geld waren de originele bewoners door Stalin naar Oezbekistan gedeporteerd, voor vermeende collaboratie.
We passeerden pensionaat Tsjokrak. Er waren nog plaatsen vrij, vertelde een gammel houten bord aan de kant van de weg. Het was de eerste keer dat de naam van het bewuste meer werd vernoemd. We overwogen om er de nacht in door te brengen, maar bedachten ons. We reden verder: een glimp van water, tussen twee heuvels door: Tsjokrak? De zon trok een streep over het water. Ik stopte en trok een foto. Ik voelde me een man met een doel.
Maar rondom was niet veel te zien. Onhandig manoeuvreerde ik mijn Lada langs de putten van het enige wegeltje dat het dorp Mama Russa telde, de voetgangers straal negerend, om me zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Dat meer dat moest ik niet meer zien.
Volgens hetzelfde patroon was mijn bezoek aan de bron van de Volga verlopen enkele jaren voordien.
Daarvoor moesten we veertig kilometer zandwegen doorploegen en tientallen wegwijzers passeren. Op honderd meter van de bron van de Volga diende ik de auto stil te zetten, want er stond een verkeersbord dat rijverbod aanduidde. Alhoewel er in de omtrek geen politie of andere levende wezens te bespeuren vielen, hield ik me aan de regels. We moesten over een paadje verder wandelen naar de bron, die overdekt was met een houten staketsel.
De lucht zag echter zwart van de dazen en toen ik mijn portier opendeed vlogen er gezwind twintig dazen de wagen in. Ik was de enige van ons allen die zo dapper was om twee stappen in de openlucht te zetten, maar was gauw weer de wagen in. “Wat valt hier nu in godnaam te bezien?” dacht ik toen.
En nu dus opnieuw.
Ik heb dus geen vliegtuigwrak gezien. En geen Tsjokrakmeer. En ik heb er niet veel spijt van.
Er zijn dingen die ik op de Krim niet heb gedaan of bezocht, en waarover ik wel spijt heb. Bijvoorbeeld over het nuttigen van gebakken rapany, de plaatselijke schelpdieren.
Rapany zijn roofdieren die mosselen eten en tot enkele kilo’s kunnen wegen.
Dat is pas passionerend.
3 Reacties
Zo. Echt opbeurend is het niet, maar toch moet ik steeds weer blijven lezen (hoewel ik de huidige structuur minder tot lezen vind nodigen, maar dat zal wel met mijn hang naar beheersing te maken hebben). Je schrijft het mooi op, en leest het nog mooi voor ook.
Naar een structuur die uitnodigt om te lezen ben ik al drie jaar op zoek.
Nou ja, misschien is het idee van Louter het overwegen waard, onder Sveta. Dat is een structuur die toch al enige eeuwen zijn diensten bewijst.
Reageer