Er ontstaan wrijvingen tussen de twee vrienden. Een vervolg op “De boswandeling”.
Sergej en Volodja stonden te pingpongen in het park. In het park was een openlucht pingpongclub met zeker twintig tafels. Nu het goed weer was, gingen Sergej en Volodja elke avond een uurtje pingpongen.
Volodja had zich voor de gelegenheid een sportkostuum gekocht van Manchester United en een duur raketje waar hij veel effect mee op de balletjes kon zetten.
Sergej speelde met een houten plankje dat hij in elkaar had geknutseld met behulp van een stuk triplex, isolatietape en een figuurzaag. Hij hield niet van effecten. Hij deed het liever rechtaan-rechtuit.
Sergej probeerde de bal zo laag mogelijk over het net en zo ver mogelijk in een van de uiterste hoeken van de tafel te plaatsen, want hij deed Volodja graag lopen.
Er stond een verbeten uitdrukking op Volodja’s gezicht. Zijn lippen stonden gespannen als snaren terwijl hij de bal geconcentreerd terug mepte, nu eens met backspin, dan weer met sidespin, dan weer met topspin. Volodja vond het dom om een bal zomaar terug te slaan, ook al was die hard en goed geplaatst, zoals die van Sergej. Het leek hem beter dat de bal een onverwachte kant op draaide, zodanig dat de tegenstander hem niet kon vangen.
Dit werkte op Sergejs zenuwen. Al drie opslagen op rij miste hij Volodja’s return, omdat de bal onverwacht een draai maakte.
“Kan jij niet normaal spelen?” vroeg Sergej.
“Normaal?” vroeg Volodja. “Koop een normaal raketje, dan kan je ook effectballen maken!”
“Dat is een fundamenteel verschil tussen ons beiden. Jij schenkt aandacht aan uiterlijkheden, terwijl voor mij de essentie telt. Kijk naar mijn raketje: een broodplankje met een dwars doormidden gesneden berkenstok als handvat. De eenvoud zelve.”
Sergej gaf een opslag en Volodja miste die omdat hij was afgeleid door het gesprek.
“Zie je? Twaalf-negen,” zei Sergej.
“Dat is niet eerlijk. Ik eis dat dit punt opnieuw wordt gespeeld.”
“Als dat voor jou zo belangrijk is… Voor mij telt het proces, en niet het resultaat.”
Sergej gaf opnieuw een opslag, die Volodja dit keer miste omdat Sergej speciaal de andere kant opkeek.
“Twaalf-negen dus. Zie je wel dat de kleren de man niet maken,” zei Sergej en hij gaf nog een opslag die straal aan Volodja voorbij ging. Volodja smeet zijn raketje op de grond en vloekte.
“Dertien-negen. Negen-dertien. Jouw opslag,” zei Sergej en hij nam een verdedigende positie aan, gebukt achter de tafel.
Volodja wierp het balletje hoog op. Volodja wierp steeds het balletje hoog op en dat irriteerde Sergej, want dat betekende dat er weer een effectbal in aantocht was. Volodja’s opslag ging in een boog aan Sergejs raketje voorbij.
“Je bent jaloers op mijn raketje,” zei Volodja, “want je bent te gierig om er zelf zo een te kopen. Je moet niet denken dat ik minder effectballen ga spelen omdat jij me wil wijsmaken dat dat een principieel foute positie is.”
Een kerel met een flesje bier in zijn hand kwam aan hun tafel staan en aanschouwde het spel.
“Ik wist niet dat jij een mietje was,” zei hij tegen Sergej.
Sergej herkende meteen de stem van Sasja. Sasja was een beer van een vent en werkte als buitenwipper van Casino SjangriLa op het Poesjkinplein. Volodja had Sasja in geen zes maanden meer gezien.
De laatste maanden maakte hij immers steeds minder zijn avondwandelingen door het stadscentrum, opgeslorpt door zijn nieuwe vriendschap. Tijdens de enkele keren dat hij toch zijn toertje had gemaakt, had hij Sjangri La vermeden. Voordien was het casino een verplichte halte op zijn parcours. En dit omwille van het praatje met Sasja de buitenwipper, die zich hele avonden stond te vervelen en best opgezet was met Volodja die hem de pieren uit de neus kwam halen. Volodja bleef meestal hangen tot Sasja’s shift erop zat en dan gingen ze samen naar de bar waar Volodja hem trakteerde op dure whisky’s en Cubaanse sigaren, om zich te kunnen verliezen in de opschepperij en de roddels van Sasja.
“Sasja, ik wist niet dat jij een liefhebber was van verse lucht!” riep Volodja uit. Zijn raketje had hij de tafel opgesmeten en hij was meteen vergeten dat hij middenin een spannend spelletje tafeltennis was verwikkeld.
“Ben ik ook niet,” antwoordde de buitenwipper, “ik ben hier met mijn nieuwe baas. Die wilde een balletje slaan.”
Sasja knikte in de richting van het aanpalende tenniscourt, waar vier dikkerds in witte tenniskostuumpjes gewichtig een tennisbal heen en weer speelden.
Sasja leegde zijn flesje en gooide het in de struiken.
“Nog een pintje?” vroeg Volodja.
“Waarom niet?”
Volodja rende naar de kiosk om enkele flesjes. Toen hij terugkeerde merkte hij dat Sergej het netje al had opgerold, zijn balletjes, raketje en flesje met water in zijn rugzak had gestoken en zich klaarmaakte om te vertrekken.
“Ik denk dat ik eens voort ben,” zei Sergej.
“Toe nou, drink nog een pintje mee,” smeekte Volodja. “Ik wil dat je kennis maakt met Sasja. Dat is echt een fantastische kerel. Hij kent iedereen!”
“Vooruit dan maar. Eentje,” antwoordde Sergej.
De drie gingen zitten met hun flesje op een bankje met zicht op het tenniscourt, zodat Sasja zijn werk kon doen.
Hij was immers lijfwacht.