De boswandeling

Twee buren worden vrienden.

Sergej en Volodja hadden de laatste jaren veel van hun vrienden zien vertrekken. Na de sluiting van de fabriek gingen sommigen aan de drank, anderen verhuisden naar een andere wijk of een andere stad. Met de sluiting van de fabriek was er ook een einde gekomen aan de onderlinge omgang. Alsof een ontmoeting met de kerels waarmee je vroeger je boterhammen at en grapjes maakte teveel pijnlijke herinneringen naar boven bracht.

Daarom hadden Sergej en Volodja zich in de loop van de voorbije jaren op éénmansbezigheden toegelegd.

Sergej kortte de lange avonden in met spelletjes patience en het leggen van puzzels. Hij had een grote gereedschapskist waarin alle instrumenten zorgvuldig waren gerangschikt en waarmee hij door het huis liep, op zoek naar lekkende kranen en weeceepotten, naar afgebroken stukjes pleisterwerk of losgeraakte plinten, naar piepende deuren en slecht sluitende kasten. In de lente kweekte hij planten op de vensterbank, met pitjes van vruchten en groenten die hij de hele herfst en winter had gespaard. Hij deed ochtendgymnastiek op het balkon en begoot zichzelf met emmers koud water. In de zomer maakte hij lange wandelingen in het park en maakte hij uitstapjes naar het bos. Hij bereidde zich voor op zijn verhuis naar de buiten.

Volodja was geen huismus zoals Sergej. Zijn appartement was een koude grot waaraan hij een hekel had en die hij enkel bezocht om in slaap te vallen op de matras in de hoek van zijn kamer.

’s Avonds dwaalde hij door de stad. In het centrum, op de Tverskaja, de Novy Arbat en het Poesjkinplein, Volodja’s favoriete plaatsen, gingen de neonlichten flikkeren van dure casino’s en nachtclubs. Uit de limousines die stopten aan de deuren van deze etablissementen stapten jonge meisjes gehuld in bont, leer en struisvogelveren, begeleid door succesvolle chaperons. Meestal waren dat dikke kerels met een kaalgeschoren kop in puntschoenen en dure leren vesten. De straatkant stond dubbel geparkeerd met limousines en op de trottoirs stonden chauffeurs in groepjes met elkaar te praten.

Het aanschouwen van deze goedkope glitter zette Volodja aan het dromen. Hij wachtte op de grote doorbraak, het geluksbiljet dat voor hem de poorten naar het paradijs zou openen.

Het occasionele financiële overschot verspeelde hij aan de gokautomaten, gezeten op een barkruk. Na enkele vruchteloze rukken aan de arm van het gokautomaat besefte hij meestal dat het geluk voor hem niet was weggelegd en dat hij dringend nood had aan een glaasje vodka.

Al die avonden in het casino dacht hij maar aan één ding: mochten ze hier met twee achter de automaten zitten, dan zou dat veel plezanter zijn.

Met dit voorstel stond hij op een avond aan de deur bij Sergej, die net zijn bloemen was aan het begieten. Sergej stelde hem voor om in plaats daarvan morgen de trein te pakken en een wandeling te maken door de bossen; vertrek om zes uur ‘s morgens.

Volodja stemde toe, hoe vreemd dat ook mocht lijken voor een nachtbraker als hij.

De volgende ochtend was de zon nog maar net op of de twee waren al onderweg naar het bos. Sergej droeg een training en licht schoeisel, want het was lente en de bomen stonden net in bloei. Hij was van plan om Tai Chi te doen en had een plastic zak mee om een paar bottende takken in te verzamelen.

Volodja had geen natuurkledij, enkel stadskledij, en droeg een zwarte leren vest, dito puntschoenen en een gebleekte jeans. Hij droeg een zonnebril, want hij had hoofdpijn, en hij rookte de ene sigaret na de andere.

Ook had hij een grote lege zak uit geweven plastiek bij zich. Het was het soort zak waar marktkramers hun waren in verpakken, een meter op een halve meter en met een ritssluiting. Volodja had er zo veel liggen in zijn appartement.

Sergej zat zich al een tijd af te vragen waarvoor Volodja die zak nodig had en besloot hem de vraag te stellen.

“Weet jij hoeveel de paddestoelen kosten in de stad?” antwoordde Volodja.

“Het seizoen begint pas over drie maanden,” zei Sergej. “Je zal ver mogen zoeken naar je paddestoelen.”

Volodja leek niet echt ontgoocheld door dit nieuws.

“Dan zullen we samen gymnastiek doen in de bossen. Net wat ik nodig heb,” zei Volodja.

De hele dag brachten de twee door in het bos. Ze renden achter elkaar aan en verstopten zich achter de zilverberken. Op een open plek in het bos deden ze Tai Chi en daarna hielden ze een wedstrijd wie het hoogst in een boom kon klimmen. Ongeacht zijn gebrek aan ervaring geraakte Volodja het hoogst van beiden. Hij hield er wel een scheur in zijn vest aan over toen hij aan een tak was blijven haken. Want hij was bijna uit de boom gevallen.

Toen ze moe waren gingen ze allebei op hun rug liggen en keken ze naar de voorbijdrijvende wolken door het nog dunne bladerdak. Ze verorberden de boterhammen die Sergej de vooravond had gesmeerd met een flesje porto dat Volodja had gekocht in een winkeltje op weg naar het bos.

“Dat is best gezellig, zo samen dingen doen,” zei Volodja.

“Ja,” zei Sergej.

Sindsdien brachten noch Volodja, noch Sergej nog een avond door in eenzaamheid.

Bij Sergej gingen de puzzels de kast in en kwamen de planten op droog water te staan.

Volodja besloot na vele jaren de ruiten van zijn appartement te wassen en smeet zakken vol lege flessen in de vuilbak.

Allebei ontdekten ze verborgen talenten in zichzelf.

Volodja bleek een driesterrenkok te zijn en Sergej een bowlingkampioen. Eén keer haalde Sergej de jackpot binnen tijdens het avondje achter de gokautomaten waar Volodja zo lang van had gedroomd.

Twee buren waren vrienden geworden.

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*