Twee buren maken kennis.
Sergej en Volodja waren al jaren buren. Heel die tijd zagen ze elkaar enkel op de traphal, in de lift of op de parking en schonken ze geen aandacht aan elkaar.
Op een dag kochten ze allebei een hond. Iedereen moest plots een hond hebben. Dat hield verband met het toenemende gevoel van onveiligheid, vereenzaming en met de mode natuurlijk. Het was immers niet goed om achter te blijven op je buurman.
Toen leerden ze elkaar kennen. Achter hun flatgebouw was een parkje waar iedereen zijn hond uitliet. De meesten maakten een korte wandeling met de hond en rookten een ochtend- of avondsigaret. Wanneer het beest zijn behoefte had gedaan maakten ze rechtsomkeer. Anderen liepen met de hond aan een korte leiband rondjes in het park, in een poging hun huisdier uit te putten.
Maar Sergej en Volodja hadden andere plannen: ze wilden allebei hun hond dresseren, en met nog enkele gelijkgezinden verzamelden ze elke avond in het park, op een gazonnetje tussen de bomen.
Volodja viel wat uit de toon, want hij had een poedel die hij kunstjes wilde leren. Hij wilde dat de poedel kon springen door een hoepel en dat de hond kon balanceren op een opblaasbare bal. Hij dacht daarmee op te treden op straat en zo geld te verdienen.
Ook Sergej maakte geen deel uit van dit groepje, want hij had een teckel gekocht. Sergej liet het dier een kous ruiken en ging die verstoppen in de struiken. De hond moest die dan vinden. Sergej wilde op de buiten gaan wonen en dat zijn hond sporen kon volgen mocht zijn baasje in het bos verdwalen.
De anderen hadden vechthonden en hielden weddenschappen. Ze moesten lachen met Volodja en zijn Sergej en probeerden hun honden schrik aan te jagen met hun opgefokte dobermanns en Staffordshire terriƫrs.
Sergej en Volodja zouden met elkaar nooit een woord hebben gewisseld waren op een dag hun beider honden niet spoorloos verdwenen.
Sergej had een kous extra moeilijk verstopt en aan zijn teckel opgedragen de zoektocht te beginnen, waarop het beest de struiken was in getrippeld.
Tien minuten later was de hond nog niet terug. Normaal deed het beest er drie minuten over om een vuile kous te vinden. Sergej maakte zich ongerust.
Volodja had een half uur lang zijn poedel proberen te overtuigen om door de hoepel te stappen. Dat wilde maar niet lukken. De hond liep er steeds in een boog omheen. Zelfs brokjes droogvoer mochten niet baten.
Chagrijnig stuurde Volodja de hond wandelen en keerde hij zich om naar het groepje hondenliefhebbers, dat in een kringetje stond. Er was een gevecht aan de gang tussen een dobermann en een Duitse Scheper. De beesten deden zoveel stof opwaaien dat de omstanders kuchten in hun zakdoek. Volodja bleef een tijdje kijken hoe de dobermann de Duitse Scheper in zijn staart probeerde te bijten.
Toen hij zich omkeerde was zijn poedel verdwenen. De hoepel en de strandbal lagen er verloren bij. Naast de bal stond Sergej, de eigenaar van de Teckel, verloren op zijn chronometer te kijken.
“Heb jij mijn hond niet gezien?” vroeg Volodja aan Sergej.
Het was de eerste keer in jaren dat de twee buren met elkaar een woord wisselden.
“Neen. Ik ben de mijne ook kwijt. Ze zou al vijf minuten terug moeten zijn,” antwoordde Sergej.
Samen gingen ze op zoek naar hun dieren. Het parkje was niet zo groot en het meest verdenking viel op een groepje struiken dat in deze tijd van het jaar – de lente was al goed op gang – een welkom onderdak vormde voor allerlei onwelvoeglijke bezigheden. Sergej en Volodja liepen er naartoe. Ondertussen riep Sergej: “Lucie! Lucie!” want zo heette zijn teckel, hij had de naam niet zelf gekozen. De stamboom vereiste de aanwezigheid van de klinkers ‘u’ en ‘ie’ in de naam, en Lucie was het enige wat Sergej had kunnen bedenken.
Volodja riep niet, want hij was beschaamd om de naam van zijn hond aan zijn buurman te openbaren. Per slot van rekening had hij er vandaag voor het eerst tegen gesproken. Daarom besloot hij te fluiten op de manier die Rondo, want zo heette zijn poedel, zeker moest herkennen.
Toen ze arriveerden bij de struiken werd hun aandacht meteen gewekt door verdacht lawaai. Lucie en Rondo waren iets aan het uitspoken. Het geluid trok op dat van vechtende honden, vond Volodja. Sergej worstelde zich door de struiken, waaronder de grond bezaaid lag met lege flessen, condooms en naalden, maar keerde al gauw terug.
Volodja keek hem vragend aan: “Nou?” vroeg hij.
“Ik denk dat we hen best nu niet storen,” antwoordde Sergej.
