Twee buren leren elkaar iets beter kennen. Een vervolg op wijfje.
Sergej en Volodja waren allebei werkloos, slachtoffer van inkrimpingen op de plaatselijke fabriek. Ze probeerden de eindjes aan elkaar te knopen met allerhande klusjes.
Sergej reed met zijn oude Lada de stad rond en pikte passagiers op. Hij schilderde de muren van dure appartementen en sjouwde met zakken aardappelen op de markt.
Volodja leurde met kapotte balpennen in de metro. Hij kocht dozen vervallen conserven voor een prikje en probeerde die voor de helft van de winkelprijs door te sassen aan nietsvermoedende voorbijgangers. Hij hoopte fortuin te maken met piramidehandel en speculaties.
Maar voor geen van beiden wilde het echt lukken. Hoeveel klusjes Sergej ook niet uitvoerde, hij had nauwelijks genoeg geld om de rekeningen te betalen, net als Volodja, voor wie twee derden van de affaires afliepen op een fiasco.
De twee leidden nog steeds een apart leven, met dit verschil dat ze elkaar groetten in de lift, samen de honden uitlieten en zo nu en dan een praatje maakten. Maar echte vrienden waren ze nog niet.
Op een dag reed Sergej aan metrostation N. voorbij, op zoek naar een klant, toen hij in het midden van een groep roepende en kijvende oudjes de met wanhoop vervulde blik van Volodja opmerkte. De oudjes hadden hem omsingeld en rammelden hem af met hun handtassen.
Sergej zou nooit hebben halt gehouden was Volodja nog steeds de anonieme buurman van voordien geweest. Volodja was ondertussen echter een kennis. Sergej besloot zich in de bres te gooien voor zijn buurman. Hij stapte uit zijn wagen, baande zich een weg door de gepensioneerden en sleurde Volodja de auto in. Voor iemand er erg in had, verwijderde Sergejs Lada zich van de plaats der misdaad.
“Bedankt kameraad!” zei Volodja tegen Sergej terwijl ze snelden over de hobbelige straten. “Je hebt mijn leven gered. Zo een dingen vergeet ik niet.”
“Hebben ze jou geen pijn gedaan?” vroeg Sergej bezorgd.
“Neen, maar ik heb wel twee dozen met bloeddrukmeters moeten achterlaten.”
Sergej balde zijn vuist en klopte ermee op zijn stuur.
“De staat drijft die gepensioneerden tot het uiterste. Ze zijn zo arm dat ze elkaar de nek over bijten voor een roebel. En nu vallen ze eerlijk werkende mensen aan. Wanneer roept iemand een halt aan deze wetteloosheid?” vroeg hij.
Hij stapte op de rem en maakte rechtsomkeer om de lading te redden. Volodja hield hem echter tegen.
“Het is de moeite niet waard. Die meters werken niet. De honderd roebel die ik ervoor heb betaald, heb ik ondertussen al lang terugverdiend. Maar er stond een verpleegster. Ze begon haar druk te meten voor mijn neus en die van mijn klanten. “60 op 30!” riep ze tegen mij. “Met zo een bloeddruk had ik al lang in het ziekenhuis gelegen!” Die oudjes wilden allemaal hun geld terug. Was dat mens niet komen opdagen, dan had ik er zeker duizend roebel aan verdiend.”
“Dus jij bedriegt de mensen?” vroeg Sergej. Ontgoocheld schudde hij zijn hoofd. Hij staarde naar de baan en zigzagde tussen de putten in het asfalt.
“Ik verkocht die meters voor de helft van de prijs. Een weldenkend mens zou moeten merken dat er iets aan de hand is. De mensen bedriegen zichzelf, dat is iets helemaal anders.”
Met dat laatste was Sergej akkoord. De staat bedriegt de mensen. De mensen bedriegen zichzelf. De mensen bedriegen elkaar. Rondom bedrog.
“Een eerlijk mens heeft niets te zoeken in deze stad”, zei Sergej. “Kijk maar naar mij. In al die jaren heb ik nog geen cent opzij kunnen zetten. Hoe dikwijls vraag ik me niet af waar die varkens al dat geld vandaan halen?” Sergej wees naar een zwarte Mercedes met zwarte ruiten die hem langs de tramsporen voorbij stak, gevolgd door een zwarte jeep met zwarte ruiten. “Geen geweten, geen schaamte, geen gevoelens, geen geduld, geen omwegen en geen angst,” antwoordde Volodja.
“Daar heb je blijkbaar lang over nagedacht,” zei Sergej. Volodja zuchtte. “Elke dag vraag ik me af waarom IK niet zo geboren ben.”
“Foei!” riep Sergej. “Is dat mijn buurman? Ik had je beter naar het politiekantoor gevoerd.”
Die avond stond Volodja voor Sergejs deur met drie flessen vodka, en ze dronken op de vriendschap.
