Verveling

Sergej was aan het twijfelen geslagen na zijn rit naar de buiten en het ontgoochelende bezoek aan het huisje. Het ideale beeld dat hij zich van de buiten had gevormd had een paar deuken gekregen.

De lucht was proper, dat was waar. Zelfs op twintig kilometer van de Grote Moskouse Ringweg volstond het om te stoppen aan de kant van de weg, de auto uit te stappen en Sergej kon het ruiken. Het was net alsof een vierkante kilometer bos, struiken en grassprietjes speciaal voor hem alleen lucht maakten.

In Moskou was dat omgekeerd. Daar leefde hij met een minimum aan zuurstof, als een sjerpa op de Himalaja.

Het was ook stil op de buiten. Het geluid bezat een voorgrond, een achtergrond, een linker- en een rechterkant. Sergej hoorde zichzelf ademen. Hij hoorde auto’s naderen en zich weer verwijderen, hoorde hoe de chauffeur van versnelling veranderde. Op de buiten waren alle geluiden van menselijke activiteit lokaliseerbaar en herkenbaar. Het gehuil van een kettingzaag. Of het gepiep en gekraak van een kortegolfradio. Het geklingel van een zinken emmer aan de waterpomp. Met op de achtergrond een lappendeken aan dierengeluiden.
In Moskou reden er zoveel auto’s, dag en nacht, dat het door hen veroorzaakte lawaai anoniem werd. Het had einde noch begin en kwam van overal. De enige geluiden die duidelijk gelokaliseerd konden worden waren geluiden die op de zenuwen werkten.
Harde knallen ‘s nachts. Of het gerammel van een losse schroef. Meer bepaald die van in de dampafzuigkap van Georgisch restaurant Soeliko, dat zich op de eerste verdieping van Sergej’s appartementsblok bevond. Ondanks haar kleine afmetingen slaagde die schroef erin om onevenredig veel aandacht op te eisen, zich te verheffen boven het gebrom.

Ondanks deze niet te ontkennen voordelen had twijfel zich genesteld in Sergej’s hart. Hij werd geplaagd door de vraag of hij zich niet zou vervelen daar op de buiten.
Want naast stilte en de propere lucht waren er nog elementen die bijdroegen tot menselijk geluk. Een interessante bezigheid, bijvoorbeeld. Als taxichauffeur zag Sergej zich niet werken in een dorp zonder geasfalteerde wegen. En buiten het besturen en het onderhouden van een Lada had Sergej maar weinig kwalificaties. Het enige landbouwinstrument dat hij ooit in zijn handen heeft gehad, was een schop.
Hoe wist niet hoe hij aardappelen moest poten, of in de winter op de vensterbank tomaten kweken, in de onderkanten van afgesneden petflessen. Hoe augurken in een bokaal geraakten en of ajuinen nu boven of onder de grond groeiden, daar had hij nog nooit bij stilgestaan. Ook de dorpsfauna jaagde hem de schrik op het lijf. Wanneer hij in Moskou een hond tegenkwam, liep hij er in een lange boog omheen. Sergej vroeg zich af hoe herders overweg konden met kuddes die uit soms honderd koeien bestonden. Dat leek hem riskanter dan in Moskou de straat te willen oversteken.
Met vissen had hij enige ervaring, maar dat was in een vervuilde Moskouse vijver en in grootstedelijke omstandigheden en dat was uiteindelijk vooral voor de gezelligheid en om het bier koud te houden aan de waterkant. De vis die ze daar vingen –- wanneer dat gebeurde -– die moesten ze terugsmijten omdat die giftig was.

Neen, mocht Sergej zich met iets bezighouden dan moest dat een kalmerende bezigheid zijn. Iets met minimaal contact met planten en dieren. Iets dat je kon beoefenen in alle weergetijden en waarmee de tijd snel voorbij ging.

Mandenvlechten misschien.

→ Andere postjes, mogelijk van interesse: File, Sveta, Volga, Hok, Uitgerangeerd, ...

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*