Over hobbies en de gevaren hieraan verbonden.
Sergej had een puzzel gekocht. Eén uit duizend stukjes en met het kasteel van Neuschwanstein op afgebeeld. Sergej hield van kastelen. Zelf
woonde hij in een tweekamerappartement aan metrostation Jasenevo, in een blok van zestien verdiepingen hoog. Op zich was dat ook een kasteel,
die blok. Eén van de honderden kastelen aan metro Jasenevo.
Sergej had al een plaatsje bedacht voor de afgewerkte puzzel. Hij zou hem ophangen in de slaapkamer, tussen het venster en de deur en
rechttegenover zijn hoofdeinde, zodanig dat hij elke dag wakker kon worden met een zicht op de wouden, het meer en de sprookjesachtige torentjes
van Neuschwanstein. Hij zou zijn dagelijkse reeks pushups en crunches doen op de vloermat naast het bed, recht onder het kadertje. Daarna zou hij
met een tas koffie op het balkon gaan staan en een sigaret roken en daarna kijken hoe zijn brandende peuk naar beneden valt, zestien verdiepingen
lager. Wanneer de puzzel klaar was, zou hij die plakken op een stuk triplex dat hij hier speciaal voor op de juiste maat had gezaagd.
Maar zover was hij nog niet. Voor hem op de keukentafel lag de geopende doos van de puzzel. In de ene helft lag een plan en in de andere een
plastic zak gevuld met honderden (of eigenlijk precies duizend) kartonnen stukjes. Sergej onderscheidde stukjes dak, stukjes toren, stukjes venster
en stukjes deur in het hoopje dat voornamelijk bestond uit stukjes Beierse hemel, bladgroen en water.
Na een paar uur knutselen begreep Sergej dat hij zichzelf had overschat. Beter had hij die Mercedes uit honderd stukjes gekocht om daarna, in
geval van succes, de lat een trapje hoger te leggen. Hij staarde als een idioot naar de honderden stukjes bladgroen en kon er kop noch staart aan
krijgen. Die stukjes waren allemaal identiek hetzelfde, maar ze wilden niet in elkaar passen. Hij had al enkele varianten geprobeerd. Met het water
was de zaak zo mogelijk nog problematischer: de foto die aan de grondslag van de puzzel lag, leek getrokken te zijn op een volkomen windstille
dag. Op het meer was geen golfje te bekennen. Het water was zo glad als een spiegel en had van de ene oever naar de andere exact dezelfde
donkerblauwe kleur.
Sergej bekeek het voorlopige resultaat van zijn arbeid en voelde de moed in zijn schoenen zakken. Er was nu al een hele avond voorbijgevlogen
en hij had enkel twee torentjes en een stukje gazon bij elkaar weten te passen.
Eén Trackback
Om te luisteren naar dit stukje, klik op bovenstaande link.