Over de markt in Vesjnjaki.
Vychino is een slaapwijk in het Zuiden van de stad, aan de Grote Moskouse Ringweg. Er is een metro en een station voor voorstadstreinen. Aan het station is een bushalte waar een lange rij overvolle marsjroetki staan, minibusjes. Overal is veel volk. De hemel is grijs en de horizon bestaat uit spoorwegpalen, hoogspanningspalen, stroomkabels en rokende fabrieksschoorstenen.
Om van metro Vychino naar Vesjnjaki te gaan, waar de markt is, moet je onder de sporen een voetgangerstunnel door. Overal wordt gehandeld. Aan de dichtstbijzijnde parking staat een rijtje mensen met een geplastifieerd kartonnetje op hun borst geprikt. Op het kartonnetje staat
te lezen: “Renovatie van appartementen: verven, stukadoren, behangen, sanitair, boenen van parket.” Dit zijn tussenpersonen voor Afghaanse vluchtelingen (of Tadzjiekse, Turkmeense, Moldaafse, Oekraiense, enz…) die in een geconspireerd en overbevolkt appartement zitten te wachten op een karweitje. Langs de sporen loopt een omheining uit betonnen platen met afgebrokkelde hoeken. Aan de omheining staat een kerel speelgoed te verkopen, pluchen ratten en konijnen die werken op batterijen. Twee testexemplaren kruipen houterig zoemend en krakend rond op de stofferige asfalt van
het voetpad. De verkoper heeft rond elk pootje van de testexemplaren een kroonkurk geklemd, zodat ze hun pootjes niet vuilmaken en verkoopbaar blijven. Voor het station staat een rij oude vrouwtjes met in elke hand een trui, een hemd of een sjaal. Aan een touwtje rond hun nek hangt een kapstok met een kledingstuk. In een grote vierkante zak uit geweven plastic ligt hun voorraad. De vrouwtjes zwijgen en kijken gedachtenloos voor zich uit.
Drie politieagenten scannen de ingang van de voetgangerstunnel. Vorige week is hier een zak met plakken semtex teruggevonden. Ik loop de tunnel in, tesamen met nog enkele honderden zondagse shoppers. De tunnel is bezet met witte geëmailleerde tegeltjes. Van elke niche wordt
gebruik gemaakt om iets te verkopen. Ik zie opklapbare tafeltjes met schuursponzen en doosjes rattengif op gestapeld. De tunnel mondt uit op een grote muur, volgeplakt met duizenden blaadjes. De blaadjes zijn gekopieerd, geprint en met de hand geschreven. Ze zijn de grootte van de helft van een A4-tje en bevatten de volgende boodschap: “Verhuur een kamer, 40$” en “Appartement te huur. Dringend!” en “Kamers voor 1200 roebel”.
De advertenties zijn bestemd voor de duizenden marktkramers die vanuit het hele land naar Moskou zijn gekomen. Onderaan zijn de blaadjes aan
reepjes gesneden, met op elk reepje van boven naar beneden een telefoonnummer. Dat is gemakkelijk om af te scheuren. Zulke blaadjes zijn in Rusland de belangrijkste vorm van communicatie. Je vindt ze overal: aan bushaltes, metrostations, telefoonhokjes, zelfs op lantaarnpalen en regenpijpen. Maar zoveel op één muur heb ik nog nooit gezien.
Verder begint de markt. De markt is een ommuurde open plaats met lange gangen, samengesteld uit stalletjes. Tussen de stalletjes zijn plastic zeilen gespannen tegen de regen. Er zijn gangen met vlees, vis en groenten en gangen met trainingspakken, ondergoed, beddegoed, schoenen,
waspoeder, bontmutsen en petjes (de herfst is in aantocht en iedereen draagt petjes). Als je ergens stil blijft staan, wordt je meteen verdergeduwd door zware vrouwen, oudjes met winkelkarretjes of andere mensen.
We kruipen over elkaar als maden in een doosje, want het is zondag in Moskou. Zondag winkeldag.
Eén Reactie
Als maden in een doosje. Aan dat beeld zal ik denken als ik op zondag door de rotterdamse koopgoot loop.