Voetbal in het park

In de Neskoetsjnij Sad, het heuvelachtige bos naast het Gorkij Park, ligt een put die dienst doet als voetbalveld. Er staan twee roestige goals, in elkaar gelast uit dikke buizen en met vangnetten uit ijzerdraad en kippengaas. Er wordt gespeeld op een ondergrond van humus, gebroken takjes en glasscherven. Op het veld slingeren droge takken rond en stukken berkenschors. Aan de zijlijnen, tussen de boshyacinten, boterbloempjes en jonge brandnetels liggen lege bierflesjes op hun buik.

Een man komt het bos uitgewandeld. De bomen zijn nog kaal. Er staan wel al knopjes op de takken en sommige struiken hebben jonge blaadjes die openwaaieren. De man draagt een training en een sporttas. Hij heeft een snor en ziet er uit als een arbeider. Hij zet zich neer op een afgezaagde boomstronk, trekt voetbalschoenen aan en haalt een voetbal uit zijn sporttas. Hij dribbelt naar de goal en schopt de bal in het kippengaas.

Uit het bos, van tussen de witte berkenstammen, komt nog vier man. De eerste twee dragen een blinkend trainingspak dat spant rond hun dikke penzen. De dikste draagt een plastic zak met een voetbal in. Zonder van schoenen te wisselen, ze dragen alle twee banale sportschoenen, schoppen ze de bal heen en weer. De derde is een jonge kerel. Terwijl hij zijn korte broekje aantrekt staat hij op een plastic zak, om zijn kousen niet vuil te maken.

De vierde neemt alles heel serieus. Ondanks zijn niet-sportieve uiterlijk loopt hij enkele rondjes in het bos alvorens af te dalen in de put. Met zijn handen in de zij draait hij cirkels met zijn bekken, om de heupgewrichten los te maken. Daarna neemt hij zijn voet vast bij de enkel en plooit hij zijn been toe tot aan zijn achterwerk, met zijn andere hand steunend op een boom. Na deze oefening enkele keren te hebben herhaald, gaat hij tegen de boom duwen en rekt hij zijn kuiten, als een echte voetballer.

Nu zijn ze al met zijn zessen.

De blinkende trainingspakken reinigen het veld van stokjes die het spel kunnen hinderen. Ze dragen enkele omgehakte berkenstammen, die storen aan de zijlijnen, de berg op. Ze doen dat met veel toewijding, uit schuldgevoel voor hun te dikke buikjes en om boete te doen voor hun kater.

De jonge kerel, een vroege twintiger, geeft kanonschotten. De bal schiet telkens op meer dan vijf meter het doel voorbij, recht het bos in. Hij loopt de bal achterna.

Nog vijf man komt de put in gewandeld, met sporttassen nonchalant over de schouder geworpen. Ze zijn reeds omgekleed en dragen rode voetbalkousen tot aan hun knieën. Uit de andere kant van het bos komt nog drie man en zo gaat dat voort, tot ze met tweeëntwintig zijn. Het is vijf voor twaalf. Om twaalf uur begint de wedstrijd. De laatste spelers lopen het veld op en schudden iedereen de hand, om de beurt en op een rijtje, zoals tijdens een echte voetbalmatch, wanneer beide ploegen de kleedkamers uit komen gejogd en tegenover elkaar plaatsnemen aan de middellijn.

De wedstrijd is begonnen en het kleine veldje loopt vol met mannen in verschillende outfits. Een draagt zelfs een hemd, boven een appelblauwe trainingsbroek. Hij is de aanvaller en zigzagt met de bal rond de geeuwende verdedigers. Het gaat er gemoedelijk aan toe, ondanks de ernstige voorbereiding. Maximum vijf spelers sloft zich uit, terwijl de overigen op hun plaatsje staan en wachten tot de bal toevallig hun richting uit komt gerold, om er dan een tik op te geven, opgeschrikt uit hun dromerijen.

Alles loopt strikt volgens de regels. Wanneer ik om half twee, op een bankje aan de andere kant van het park, mijn bleke gezicht overgeef aan het frisse lentezonnetje, wandelen de twee blinkende trainingspakken me voorbij, de voetbal bungelend in de plastic zak: twee helften van vijfenveertig minuten zijn afgelopen.

4 Reacties

  1. Klaus
    Gepost 13 May 2005 om 0:00 | Permalink

    Er zat een kassabon in. Met datum op.

  2. Joost Brummelkamp
    Gepost 13 May 2005 om 0:00 | Permalink

    OK. Het ging me er overigens om je een compliment te geven, de postzegels en kassabon zijn bijzaak.

  3. Joost Brummelkamp
    Gepost 13 May 2005 om 0:00 | Permalink

    Ja, goed dat je er weer bent. Weer een prachtig stukje. Ik betrap me er steeds weer op dat ik geneigd ben alles wat je schrijft voor waar aan te nemen. Terwijl die Belgische postzegels voor Richard toch weer te denken geven.

  4. Gepost 13 May 2005 om 0:00 | Permalink

    Welkom terug - ik tikte eerst ‘thuis’, maar dat gaat wat ver. Ondertussen wachten je lezertjes nog wel op de voortzetting van het drinkgelag bij Ira en Alexander.

Eén Trackback

  1. Door Ik en mijn Lada » Archief » Wembley op 28 May 2006 om 21:16

    [...] Richard is aan het marketen geslagen van zijn nieuwe boek. Lees het helemaal gratis! Het gaat over voetbal. Dit is fragment nummer 11 van het boek “Wembley” van Richard Osinga. Morgen ga ik voor het eerst van mijn leven werken. De gedachte maakt me blij. Mijn dagen in Amsterdam zijn leeg. Ik slenter door de straten. Als ik rondloop voelt het alsof ik onzichtbaar ben. Niemand kijkt me aan, iedereen loopt door, stug voor zich uitkijkend, ook de vrouwen. Ik kan de hele dag ronddwalen zonder dat ik met iemand spreek, zonder dat ik contact maak. Alles wat ik doe is wachten tot het zondag is en ik weer kan voetballen. Ik ben blij dat het seizoen is begonnen. Ik heb lang moeten wachten. Lange weken van lege velden. Zolang de zon scheen, werd er niet gespeeld bij de clubs, alleen in de parken en op de pleintjes. Ik liep van park naar park, voetbalde met Marokkanen, Turken en Afrikanen uit Nederland. Ik wilde fit zijn voor het seizoen begon, maar hoeveel ik ook voetbalde, ik kon mijn dagen er niet mee vullen, ze bleven leeg. Leegte is niet goed. Als ik niets te doen heb, ga ik me afvragen waarom ik hier ben. Soms denk ik dat ik liever thuis zou willen zijn, bij Dioudi, bij mijn vrienden, bij Jojo. Maar ik begrijp dat dat niet kan. Ik moet respect hebben voor mijn schoonvader. Het is beter dat ik hier ben. [...]

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*