Knalpot

Sergej wordt elke nacht om half drie stipt wakker.

Door het venster, dat openstaat op een kier, hoort hij de geluiden van de nacht. Op de achtergrond bromt
rubber op asfalt. Het is een abstract geluid waarvan de exacte bron onmogelijk te achterhalen is, als het geluid van
bloed dat door je aders stroomt.

Het is de grondlaag van het doek waarop het nachtlandschap wordt geschilderd.

Op deze laag worden likjes gelegd en strepen gemaakt. ‘s Nachts zijn die goed te onderscheiden, in
tegenstelling tot overdag, wanneer alle geluiden samenvloeien tot één stroperige pap.

Ergens ver weg blaft een hond. Alsof hij blaft in een aquarium, denkt Sergej. De hond blaft telkens de
helikopter nadert. Om de tien minuten komt het geklapper van de propellers heel dichtbij. Zo dichtbij dat het hart
van Sergej sneller begint te slaan. Maar dan verdwijnt het geklapper weer, geleidelijk. Sergej kalmeert ervan.

Maar hij valt niet in slaap, want een auto draait met gierende banden de bocht om. Een nachtbraker. Sergej
schiet een woord te binnen: knalpot. Een knalpot met een ego, denkt hij bij zichzelf. Het ding rijt de nacht aan
stukken maar wordt er uiteindelijk door opgeslokt, hardnekkig protesterend.

De knalpot verdwijnt in de achtergrond van rubber en asfalt, een achtergrond zoals het gezoem van TL-buizen
in ziekenhuizen. Het wordt luider naarmate je er meer aandacht aan besteedt, tot het zodanig je hersenen
domineert dat je ze er langs je oren uit wil trekken.

Mocht hij de stad uitvluchten op zoek naar stilte, zou hij die nooit vinden, denkt Sergej. Een bron van irritatie
zou hem altijd beletten de slaap te vatten. Vorige weekend had hij doorgebracht in de bossen, ver van de stad. De
eerste nacht schoot hij wakker omwille van stappen in de gang en piepende deuren, en omwille van een dronken
gezelschap dat een divan versleepte. De volgende nacht begon de sneeuw te dooien, en zware druppels pletsten
neer op de zinken vensterbank, met een oorverdovend gegalm, dat irriteerde door zijn onvoorspelbaarheid. Geen
enkele druppel viel op het voorziene moment. Enkel wanneer hij een handdoek op de vensterbank had gedrapeerd
om het geplof te dempen, viel hij in slaap. De druppels waren herleid tot een kalmerende “Poks…
poks…poks…”.

Een camionette sputtert een diagonale streep door het nachtlandschap. Knalpot, denkt Sergej weer, maar deze
keer een vervelende, luie knalpot. Eén zonder ruggegraat.

Hij merkt dat zijn vrouw ook niet slaapt. Ze ligt naast hem en kijkt naar het plafond met haar ogen wijd
open.

“Valium, misschien?” vraagt hij.

→ Andere postjes, mogelijk van interesse: Zeven minuten 2, Vast, Sergej is overal tegen, Over het verleden van Zakvaskin, Wreker, ...

3 Reacties

Richard Osinga:

Marcovaldo
Oppure le stagioni in citta. Daar deed het mij aan denken.

klaus:

Tengo la mingia tanta.

pete@home:

me anche!

Reageer

Uw email wordt nooit verspreid. Benodigde velden zijn aangeduid met *

*
*