Een hunting green Skoda Felicia wrong zich het rechterrijvak op. Ik moest hem laten passeren, anders
zou hij mijn voorkant stukrijden.
“Klootzak!” riep ik naar de chauffeur, een glad ventje.
Verdere beledigingen slikte ik in, hij zou ze toch niet horen. Daarenboven gaf ik onze boekhouder een ritje. Hij
is getuige van Jehova.
Ik duwde mijn gaspedaal volledig in en reutelde de bocht in, de Skoda achterna. Ik haalde hem in, ging er
naast rijden en stak mijn middelvinger door het venster.
In dit verband schoot me het volgende te binnen: een echte Skoda, een Skoda van vroeger, viel uit elkaar en niemand wou er mee rijden. Het was een lomp geval
waarvan de verf na twee wasbeurten haar glans verloor. Een wrak dat je twee straten verder parkeerde omdat je
niet wou dat de buren wisten dat je met een Skoda reed.
Maar tegenwoordig ziet een Felicia eruit als een Jaguar. Aristocratische kleurtjes en een radiatorrooster dat
blinkt als een zilveren dienschaal. Je koopt een Skoda en ineens behoor je tot de middenklasse. ‘s Avonds, na acht
uur bandwerk zit je in de zetel te staren naar een DVD op je tweederangs home theatre van LG. Voor de
gevel staat een Skoda Felicia. Je voelt je de hemel te rijk. Je herkent je eigen soort niet meer. Hooghartig begin je
Lada’s de weg af te snijden.
Tot mijn proletarische middelvinger je weer met de voeten op aarde zet.

3 Reacties
http://home.planet.nl/~david.pernot/
‘t Is waar. De Skoda’s zijn niet meer wat ze geweest zijn.
Wel lastig overigens, dat titel-invoer-veld.
Ja, ik heb het ook niet zelf uitgevonden. Een commentaar met een titel, dat is eigenlijk nogal superflu, zeker omdat de commentaren meestal de vijfwoordenlimiet niet overschrijden.