‘Ik koop je een witte Lada,’ zei Andrej, ‘omdat je dan zodanig beschaamd zal zijn dat je er eigenlijk van af wil. Maar anderzijds zal je al geproefd hebben van wat het is om achter een stuur te zitten en jezelf te verheffen boven de voetgangers, en wil je voor geen geld nog terug naar het pariastatus van een voetganger. Je zal jezelf dus verplicht voelen om enerzijds van die Lada af te raken, maar anderzijds wil je niet meer te voet door die plassen en in die regen, wil je je niet meer proppen in een oncomfortabel busje met ontoerekeningsvatbare chauffeurs, of je vrienden om een rit bedelen. Je kan dus maar één weg uit: er zo snel mogelijk voor zorgen dat je een betere wagen koopt en die witte Lada doorverpatsen aan een volgende idioot. Wat vind je daarvan?’
‘Ik ben uit Biroeljovo, mijn naam is Sergej en ik sta nooit in de rij’, rapte Sergej toen hij terug in de wagon zat van de metro die als een suppo door het darmkanaal van de metrotunnel schoot. Hij stuurde zijn vriend Slava een sms-je: ‘Aan de metro binnen 20 minuten.’
Slava reed met een gele Volvo S-70 met verlaagde wielbasis, laagprofielbanden en een olifantiasis-spoiler op de kofferbak die de dode hoek met 180 graden vergrootte. De zijschorten waren gedecoreerd met zwarte gestileerde vlammen in Keltische stijl, waarvan de staarten uitliepen op de portieren. De vensters waren vanzelfsprekend zwart getint.
In het kader van mijn herintegratie in de Belgische samenleving - een lastig verlopend proces - ben ik alfabetisch alle Nederlandstalige schrijvers beginnen lezen. Ik heb net “Een tuin in de zee” van Kader Abdollah uit en ging eergisteren naar de bibliotheek om het volgende boek te halen. Spijtiggenoeg bleek Abdollah niet de eerste te zijn in het alfabet. Bertus Aafjes was uitgeleend.
Maar eigenlijk wilde ik zeggen dat ik nog in december een stuk had vertaald uit het boek ‘Ik ben een Tsjetsjeen’, van de Russische (Tsjetsjeense) schrijver Herman Sadoelajev. Ik vond dat een goed boek en hoopte dat een uitgever er interesse voor zou tonen. Spijtiggenoeg was dat niet het geval.
Herman Sadoelajev heeft me toestemming gegeven om mijn vertaling van enkele uittreksels te publiceren. Hier kan je het downloaden. Laat me iets weten als je het interessant vindt.
Mongooltje wilde Vasja Schroevendraaier naar de kroon steken. Hij had Vasja gebarikkadeerd in de parilka, de stoomkamer. Daar was het kokend heet, want hij had enkele emmers water op de gloeiende stenen gegoten en zwaaiend met zijn handdoek de stoom verspreid over de parilka. Daarna had hij tegen Vasja en zijn vier collega’s gezegd dat hij een fantastisch nieuw mengsel van taïgakruiden op de kop had getikt. Een mengsel om bij het water te doen dat uitstekend hielp om van de kater af te raken waarvan ze die dag allemaal last hadden. Dat het flesje met het aroma in zijn sporttas lag, in de kleedkamers. De mannen zaten ondertussen allen te puffen op het bovenste bankje. Geen van hen dacht eraan naar beneden te gaan, waar het kouder was, omdat ze bang waren het gezicht te verliezen.
Mongooltje rende in zijn blootje de parilka uit en blokkeerde de deur met een bezemsteel. In de kleedkamer stonden de mannen van Blinde Ljonja al te wachten. Blinde Ljonja had nog een eitje te pellen met Vasja Schroevendraaier. Mongooltje kreeg een tas met geld, kleedde zich aan en maakte dat hij wegkwam.
Wat er nog stond te gebeuren was zo voorspelbaar dat het hem niet interesseerde.
Ik heb me de laatste dagen zoet gehouden met het programmeren in Perl van een online woordenboek Russisch-Nederlands en omgekeerd, gebaseerd op een woordenlijst die ik ooit heb vertaald. Er staan duizenden woorden in en niet bekende woorden komen in een aparte file terecht, die ik dan wanneer ik tijd heb zal toevoegen aan de site. Het woordenboek toont ook resultaten voor alle woordcombinaties waar het gezochte woord in voorkomt.
Veel plezier in het aanscherpen van uw kennis van het Russisch!
Alle opmerkingen over de werking van het woordenboek kan u hieronder kwijt.
Ik heb heel die tijd natuurlijk niet stilgezeten. Ten eerste ben ik verhuisd van Moskou naar Kortrijk, zeker geen sinecure, en ten tweede heb ik het bovenstaande boek vertaald.
Dit zijn de gegevens:
ISBN: 9789049100018
Gazprom, Ruslands Nieuwe Wapen
door Valeri Panjoesjkin en Michail Zygar
Uitgeverij Het Spectrum, 2008
Het gaat over Gazprom en de recente Russische geschiedenis, staat vol sappige details en u kan het hier kopen.
Bij deze gelegenheid kondig ik ook aan dat ik me heb gevestigd als zelfstandige in ons Belgenland. Meer over mezelf kan u hier te weten komen. Ik ben beschikbaar voor al uw vertaalwerk uit het Russisch, Frans of Engels of tolkwerk uit het Russisch. En ik ben een goede! Ik hoef daar, hoop ik, geen tekeninkje bij te maken.
Op mijn flickr-pagina kan u terecht voor een fotoverslag met summier commentaar van een wandeling die ik onlangs heb gemaakt van Roeselare naar Rumbeke.
Op de terugtocht was het gedaan met mijn euforie. Ik had een pak friet met Bickysaus, een loempia en een jupiler tot mij genomen in frituur Sterrebos. Op het plasmapaneel liep Blokken en de uitbater had geen tanden en zat de hele tijd met zijn tandvlees op elkaar te kauwen. Ik dacht na over Ben Crabbé’s rol in de samenleving en zijn politiek geladen opmerkingen en voelde me dronken worden. Ik volgde dezelfde terugweg, want ik was bang om me verloren te lopen. De huizen en de tuintjes waren al hun betovering kwijt en ik zag ze enkel nog als zwaar op het gemoed wegende bakstenen gedrochten die me claustrofobisch stemden. De diepe winkel was dicht, want lunchpauze. Ik was de regen beu.
Vannacht heb ik weer van Poetin gedroomd. En van Medvedev. Ik zei iets tegen Poetin en hij zei iets terug. Het ging over de rol van Medvedev als voetveeg. Poetins gezicht kwam zo dicht bij dat van mij dat ik zijn adem leek te kunnen ruiken.
De vorige keer dat ik van Poetin heb gedroomd, deed ik de deur niet voor hem open.
Ik heb ooit eens een boekje gelezen, ‘I dream about Madonna‘, een boekje met een verzameling verhalen van mensen die hun dromen vertellen waar Madonna een rol in speelt.
Over Madonna heb ik ook al gedroomd. Madonna en Sean Penn zaten aan een ronde plastic tafel op een dakterras in iets wat leek op een Engelse arbeiderswijk. Ze dronken cocktails en maakten ruzie.
Ik ben terug beginnen roken en mijn verslaving neemt pathologische vormen aan.
Meestal rook ik buiten. Ik sta dan op de trap van de keuken naar de tuin en gooi mijn peuk het terras op. Wanneer de tabak op is, ga ik peuken rapen op het terras. Peuken die lang genoeg zijn, die rook ik op. Natte peuken droog ik in de microgolfoven. Te korte peuken verzamel ik op een onderbordje. Met het bordje zet ik me achter de keukentafel en ik knijp met duim en wijsvinger het askopje van de peuken. Daarna scheur ik het papiertje open en wip ik de tabak op het bordje.
Dit proces doet me hard denken aan het kuisen van grijze noordzeegarnalen.
De op het einde van dit proces verkregen tabak raap ik bij elkaar en strooi ik op een blaadje, waar ik dan een nieuwe sigaret van rol.
Wanneer ook die reserves op zijn en op het terras enkel nog minipeukjes liggen waar ik mijn vingertoppen al heb aan verbrand, loop ik twee dagen af te kicken. Dan ben ik depressief en opvliegend. Op het einde van de tweede dag hou ik het niet meer uit en loop ik naar de Indiër om een pakje tabak.
De eerste sigaret die ik dan rook, onder een lantaarn in het parkje voor onze deur, is ronduit bedwelmend. Ik word er zelfs mottig van en gooi ze na vijf trekken al de grond op.
Maar na een paar sigaretten heb ik de smaak weer te pakken.
Een foto uit een periode die haar laatste dagen beleeft: binnen een paar dagen verkoop ik mijn Lada aan Pavel, voor 15.000 roebel. Ik weet het, ik heb een beetje van mijn prijs af moeten doen, maar de roestgaten in mijn voorste zijschorten schrikken toekomstige kopers af.
Deze foto en de rest die je kan vinden op Flickr, horen bij een verhaaltje dat ik al een tijdje geleden heb gepost. Ik heb de foto’s ontdekt toen ik de dozen voor mijn verhuis aan het inpakken was. Morgen komt de vrachtwagen de dozen ophalen en vertrekken onze boeken, bontmutsen en andere brol naar België.



